Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], V-nummer [v-nummer 2] , eiser 1,
[eiseres 2], V-nummer [v-nummer 3] , eiseres 2,
[eiser 2], [v-nummer 4] , eiser 2 en
[eiser 3], V-nummer [v-nummer 5] , eiser 3
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een moeder en haar vier minderjarige kinderen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor het doel nareis bij hun zoon met een asielvergunning in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de identiteit van de minderjarige kinderen en de familierechtelijke relatie met de referent niet aannemelijk waren gemaakt. Hoewel de identiteit van de moeder wel aannemelijk werd geacht, werden kopieën van documenten onvoldoende geacht voor de kinderen en de relatie.
Verweerder bood eisers het voordeel van de twijfel en de mogelijkheid tot nader DNA-onderzoek aan, maar eisers waren niet beschikbaar voor dit onderzoek. Eisers betoogden dat zij wel voldoende documenten hadden en dat DNA-onderzoek ook in Syrië kon plaatsvinden, maar dit werd niet onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet gehouden was aanvullend onderzoek te faciliteren en dat eisers hun samenwerkingsplicht niet voldoende waren nagekomen.
Het gebrek aan bevoegdheid van de staatssecretaris werd gepasseerd omdat eisers hierdoor niet werden benadeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €1.814,-. De uitspraak werd gedaan door rechter D.C. Laagland.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.