ECLI:NL:RBDHA:2025:25134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit in brief over beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïne
De zaak betreft een beroep tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin aan eiser is meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG eindigt. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting beoordeeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2024, waarin is geoordeeld dat een dergelijke brief geen besluit is, omdat deze slechts informeert over de gevolgen van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De tijdelijke bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024, zonder dat de brief nieuwe juridische gevolgen schept.
Volgens artikel 1:3, eerste lid, Awb, moet een besluit een juridisch gevolg beogen en alleen tegen besluiten kan beroep worden ingesteld (artikel 8:1 Awb Pro). Omdat de brief geen besluit is, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wijst partijen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.