ECLI:NL:RBDHA:2025:25096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet
Eiser, van Oezbeekse nationaliteit, werd op 11 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico's voor de openbare orde en het ontduiken van toezicht.
Na indiening van een asielaanvraag op 15 december 2025 heeft verweerder de bewaring op 16 december 2025 opgeheven en dezelfde dag een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd op basis van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. Eiser betwistte de gronden niet, maar stelde dat de grondslag niet tijdig was gewijzigd.
De rechtbank oordeelt dat de wijziging binnen de toegestane termijn van twee dagen heeft plaatsgevonden en dat er geen aanleiding is om de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.