Uitspraak
Wijziging alimentatie en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv
Beschikking op het op 23 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
[jongmeerderjarige],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de man;
- het bericht van 1 mei 2025, met bijlage, namens de man;
- het verweerschrift namens de jong-meerderjarige;
- het aangepaste verzoekschrift, namens de man;
- het bericht van 27 augustus 2025, namens de man;
- het bericht van 26 september, met bijlagen, namens de man;
- de brief van 29 september 2025, met bijlagen, namens de jong-meerderjarige.
Feiten
- De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de inmiddels jong-meerderjarige.
- De jong-meerderjarige verblijft bij de vrouw.
- Bij beschikking van 16 april 2024 van deze rechtbank is, voor zover hier van belang:
- het vaderschap van de man over de jong-meerderjarige vastgesteld;
- bepaald dat de man aan de vrouw, met ingang van 22 december 2023, een kinderalimentatie voor [jongmeerderjarige] van € 162,- per maand en -geïndexeerd- vanaf
- Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de man te betalen kinderalimentatie/alimentatie voor de jong-meerderjarige sinds 1 januari 2025 € 183,- per maand.
- De man is op [datum] 2017 opnieuw in het huwelijk getreden. Uit dit huwelijk zijn twee op dit moment nog minderjarige kinderen geboren.
Verzoek en verweer
primairmet ingang van 21 november 2023,
subsidiairmet ingang van 1 januari 2024,
meer subsidiairmet ingang van 1 april 2025 en
meest subsidiairmet ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans een beslissing te nemen welke de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens;
Beoordeling
€ 20.187,- per jaar. De rechtbank merkt daarbij op dat niet is gebleken dat de klachten die de man als gevolg van het auto-ongeluk heeft blijvend zijn. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de man op de langere termijn in staat zal zijn om zijn inkomen bij te stellen. Op de zitting is namens de jong-meerderjarige gesteld dat ook rekening moet worden gehouden met door de man gedane onttrekkingen aan het ondernemersvermogen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiermee rekening te houden, omdat die onderdelen vanuit de winst zijn uitgekeerd en er daarmee een dubbeltelling zou ontstaan.