ECLI:NL:RBDHA:2025:2498

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
NL25.6498
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 15 januari 2025. Het geschil betrof de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel na die datum.

De vreemdeling voerde aan dat hij contact had met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en dat rond 20 februari 2025 duidelijk zou zijn wanneer hij met hulp van IOM zou kunnen terugkeren naar Bangladesh. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het onttrekkingsrisico nog steeds aanwezig was en dat de grondslag voor de maatregel onverminderd van kracht bleef.

De rechtbank zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet meer vatbaar voor beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6498

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H. Martens),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft op 10 februari 2025 van verweerder een kennisgeving ontvangen over het voortduren van de maatregel. Daarmee wordt eiser geacht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep te hebben ingesteld en daarbij te hebben verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 17 februari 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2002 en de Bengalese nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 januari 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 15 januari 2025, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 15 januari 2025.
4. Eiser voert aan dat hij gesproken heeft met IOM [3] en dat zij kenbaar hebben gemaakt dat rond 20 februari 2025 duidelijk zal zijn wanneer eiser met behulp van IOM kan terugkeren naar Bangladesh. Eiser heeft over de voortgang en het zicht op uitzetting daarom geen opmerkingen.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. Vastgesteld wordt dat de grondslag voor de maatregel onveranderd is en dat de gronden van de maatregel, zoals vermeld in de uitspraak van 20 januari 2025, onverminderd aanwezig zijn. Het onttrekkingsrisico bestaat dan ook nog altijd. Dat eiser stelt contact te hebben met IOM over zijn terugkeer naar zijn land van herkomst maakt, gelet op het onttrekkingsrisico, niet dat verweerder nu had moeten volstaan met toepassing van een lichter middel.
6. Ook overigens ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de maatregel in de te beoordelen periode onrechtmatig te achten.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 februari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.Internationale Organisatie voor Migratie.