10.3.Deze grond slaagt daarom niet.
Zaak SGR 25/7748 (afwijzing handhavingsverzoek)
11. Verzoeker betoogt dat het college zijn handhavingsverzoek ten onrechte heeft afgewezen, omdat de ophoogwerkzaamheden en de opslag van zand en grond in strijd zijn met de artikelen 3.6.1, 3.6.2 en 3.6.4 van de regels van het bestemmingsplan (onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Ook het wijzigingsbesluit van 7 november 2025, na verlening van de omgevingsvergunning op 5 november 2025, is volgens verzoeker rechtens onjuist. Verzoeker voert daartegen in feite dezelfde gronden aan als tegen de omgevingsvergunning. Daarnaast stelt verzoeker dat het zanddepot dat op de percelen in gebruik is genomen niet onder de verleende omgevingsvergunning valt, maar wel in strijd met het bestemmingsplan is. De omgevingsvergunning ziet ook niet op de ophoging tot 0,5 meter, omdat dit volgens het college onder normaal onderhoud valt. Volgens verzoeker heeft het college dit niet onderbouwd en is deze ophoging ook vergunningplichtig op grond van artikel 3.6.1 van de planregels. Verzoeker wijst erop dat in andere gemeenten in Delfland een ophoging van 0,2 meter als normaal onderhoud wordt aangemerkt.
12. In het bestreden besluit van 7 november 2025 is overwogen dat, nu de omgevingsvergunning inmiddels is verleend en de uitgevoerde werkzaamheden binnen de verleende vergunning passen, er geen sprake is van een overtreding. Verder is hierin vermeld dat voor het tijdelijke zanddepot, dat niet functioneel verbonden is met de ophogingswerkzaamheden en uitsluitend een logistiek doel dient, op 19 augustus 2025 een melding is gedaan bij de ODWH, die is geaccepteerd. Handhaving is dan ook niet noodzakelijk, aldus het college.
13. Niet in geschil is dat dit zanddepot kan worden aangemerkt als (tijdelijke) opslag van circa 600 tot 700 m3 zand die al geruime tijd ter plaatse aanwezig is. De voorzieningenrechter stelt vast dat de omgevingsvergunning van 5 november 2025 geen betrekking heeft op het zanddepot. Dat voor het zanddepot in augustus 2025 een melding is gedaan bij de ODWH en het zanddepot daarmee, zoals het college stelt, zou voldoen aan de regelgeving van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), betekent nog niet dat het zanddepot planologisch is toegestaan. Het opslaan van zand en grond valt niet onder de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende functie (bestemming) “Agrarisch met waarden - Landschap en natuur” als bedoeld in artikel 3.1 van de planregels. Het zanddepot is daarom in strijd met de planregels. Voor het afwijken van de planregels is geen omgevingsvergunning verleend. Het college heeft dan ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom geen sprake is van een overtreding van het verbod van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.