Uitspraak
200707535/1), is het de bedoeling van de wetgever geweest, welke bedoeling in de artikelen 6:18 en 6:19 van de Awb tot uitdrukking is gebracht, het bestuursorgaan de vrijheid te laten, ook hangende bezwaar, het primaire besluit te wijzigen of in te trekken. Deze mogelijkheid staat ook open wanneer de wijziging of beoogde intrekking van het primaire besluit, zoals in dit geval, plaatsvindt naar aanleiding van een ingebracht bezwaar. In het besluit van 16 juli 2010 is vermeld dat het dagelijks bestuur naar aanleiding van het bezwaar en de goedgekeurde stukken, heeft besloten om een nieuw besluit op te stellen. Onderaan de brief staat dat tegen het besluit van 16 juli 2010 bezwaar kan worden gemaakt. Voorts heeft het college bij e-mail van 16 februari 2010 aan gemeld dat het het besluit van 16 november 2009 in zal trekken en een nieuwe bouwvergunning zal verlenen, waarna het college de verdere behandeling van het bezwaarschrift van [appellanten] zal voortzetten. Op grond van deze feiten en omstandigheden moet dat besluit worden aangemerkt als een wijziging van het oorspronkelijke primaire besluit en niet als een besluit op bezwaar zoals [appellanten] voorstaan. Dit betekent dat het dagelijks bestuur het door [appellanten] gemaakte bezwaar terecht mede gericht heeft geacht tegen het besluit van 16 juli 2010 en dat de rechtbank het besluit op bezwaar van 9 december 2010 ten onrechte om die reden heeft vernietigd.
201107966/1/A1), is in het stelsel van de Woningwet geen plaats voor een beslissing over de bouwvergunning anders dan op grond van een daartoe strekkende aanvraag. Daar waar [appellanten] betogen dat niet vast staat dat de bouwtekeningen en de constructieberekeningen de feitelijke situatie ter plaatse weergeven zodat de reeds uitgevoerde werkzaamheden door verlening van de bouwvergunning niet worden gelegaliseerd, is dat tevergeefs, reeds omdat een bouwvergunning slechts kan worden verleend zoals deze is aangevraagd en derhalve ook slechts de situatie als aangegeven bij de aanvraag relevant is. Voor zover [appellanten] betogen dat het dagelijks bestuur zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het over voldoende gegevens beschikte om een besluit op de aanvraag te kunnen nemen, faalt dat betoog. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 februari 2010 in zaak nr. 200904350/1/H1; www.raadvanstate.nl), is het in hoge mate aan het dagelijks bestuur om te beoordelen of voldoende gegevens en bescheiden zijn ingediend om een besluit over te aanvraag te nemen. Het dagelijks bestuur heeft de constructieberekening en de rapportage van ATKO advies en engineering van bouwconstructies van 22 februari 2010 betrokken bij het besluit van 16 juli 2010 en deze stukken zijn op 25 februari 2010 door Bouwtoezicht Onderzoek Bouwconstructies goedgekeurd. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt dat het dagelijks bestuur zich niet kon baseren op de bouwtekeningen in combinatie met voormelde stukken van 22 februari 2010.