In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025, wordt het beroep van eiseres, een Zimbabwaanse vrouw, tegen de afwijzing van haar asielaanvraag behandeld. Eiseres heeft op 23 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Minister van Asiel en Migratie op 10 oktober 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. De rechtbank behandelt ook het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiseres heeft verklaard dat zij vreest voor vervolging in Zimbabwe vanwege haar seksuele gerichtheid als lesbische vrouw. Tijdens de zitting op 4 december 2025 zijn eiseres, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de culturele en religieuze achtergrond van eiseres en dat de afwijzing van haar asielaanvraag niet zorgvuldig is voorbereid. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €2.721,-.