ECLI:NL:RBDHA:2025:24903

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
NL25.50562 en NL25.50563
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van een Zimbabwaanse vrouw met lesbische gerichtheid en de afwijzing door de Minister van Asiel en Migratie

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025, wordt het beroep van eiseres, een Zimbabwaanse vrouw, tegen de afwijzing van haar asielaanvraag behandeld. Eiseres heeft op 23 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Minister van Asiel en Migratie op 10 oktober 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. De rechtbank behandelt ook het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiseres heeft verklaard dat zij vreest voor vervolging in Zimbabwe vanwege haar seksuele gerichtheid als lesbische vrouw. Tijdens de zitting op 4 december 2025 zijn eiseres, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de culturele en religieuze achtergrond van eiseres en dat de afwijzing van haar asielaanvraag niet zorgvuldig is voorbereid. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €2.721,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50562 (beroep) en NL25.50563 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres], eiseres/verzoekster (hierna:eiseres)

V-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. S. Sewnath),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. F. in den Bosch).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1
Eiseres heeft op 23 oktober 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 10 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op
4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, V. Bolt als tolk en de gemachtigde van verweerder. Ook was aanwezig [naam].

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Asielrelaas
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2005 en heeft de Zimbabwaanse nationaliteit. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor vervolging in Zimbabwe vanwege haar seksuele gerichtheid. Eiseres heeft verklaard dat zij lesbisch is en een geheime relatie heeft met [naam]. Zij zijn betrapt terwijl zij intiem waren en vervolgens afgeperst en opgeroepen om zich te melden bij de politie. Daarna hebben zij Zimbabwe verlaten. Eiseres heeft ook verklaard dat zij is opgegroeid in een streng religieuze en homofobe omgeving.
2.1.
Eiseres en [naam] zijn samen Nederland ingereisd en hebben beiden een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van [naam] ook afgewezen. De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening tegen de afwijzing van die aanvraag op dezelfde zitting behandeld onder zaaknummers NL25.50872 en NL25.50873.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;
De seksuele gerichtheid van eiseres en daaruit voortvloeiende problemen.
3.1.
Verweerder vindt de identiteit, Zimbabwaanse nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres enkel de Zimbabwaanse nationaliteit heeft. [2] Volgens verweerder heeft eisers niet voldoende inspanning geleverd om aan te tonen dat het Zuid-Afrikaanse paspoort waarmee ze verklaart te hebben gereisd vals is en ze niet ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit. Daarnaast vindt verweerder de seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig, omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [3] Verweerder vindt verder dat eiseres bij terugkeer naar Zimbabwe geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. [4]
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiseres voert allereerst aan dat het valse Zuid-Afrikaanse paspoort haar niet kan worden aangerekend, nu zij officiële bewijsstukken van haar identiteit en nationaliteit heeft overgelegd en consequent heeft verklaard dat zij Zimbabwaanse is. Het Zuid-Afrikaanse paspoort staat bovendien op naam van een derde en is evident gebruikt als reisdocument om Zimbabwe te kunnen verlaten. Ook is eiseres van mening dat verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Verweerder heeft niet gemotiveerd hoe in de beoordeling rekening is gehouden met de culturele normen en religieuze taboes van het land van herkomst. Daar komt bij dat tijdens het gehoor niet is doorgevraagd toen eiseres moeite had met antwoorden. Verder voert eiseres aan dat haar relaas consistente en verifieerbare elementen bevat die haar lesbische gerichtheid ondersteunen. Zo heeft zij gedetailleerd verklaard over haar relatie met [naam] en haar geloof en de daarop volgende veroordeling van haar ouders. Eiseres is van mening dat eventuele kleinere onduidelijkheden grotendeels te wijten zijn aan de omstandigheden van het horen en de complexiteit van haar relaas. Daarnaast heeft eiseres een aantal misverstanden rechtgezet in de correcties en aanvullingen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eiseres asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Mocht verweerder ervan uitgaan dat eiseres, naast de Zimbabwaanse nationaliteit, de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit?6. De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat eiseres de Zimbabwaanse nationaliteit heeft en met een Zuid-Afrikaans paspoort naar Nederland is gereisd. De vraag ligt voor of eiseres, naast de Zimbabwaanse nationaliteit, ook de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiseres niet óók de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft.. Daarbij acht de rechtbank van belang dat op de echt bevonden Zimbabwaanse identiteitskaart en geboorteakte een andere naam en geboortedatum staan vermeld dan op het Zuid-Afrikaanse paspoort. Bovendien heeft eiseres wetgeving overlegd waaruit blijkt dat de Zimbabwaanse wet dubbele nationaliteiten voor volwassenen [5] verbiedt en stukken overgelegd waarin de ‘Civil Registry Department’ van Zimbabwe op 12 december 2024 heeft bevestigd dat eiseres in het bezit is van een actieve Zimbabwaanse nationaliteit. Verweerder is hier niet op ingegaan. Daar komt bij dat eiseres consequent heeft verklaard dat zij altijd in Zimbabwe heeft gewoond en het Zuid-Afrikaanse paspoort op niet reguliere wijze heeft aangevraagd en verkregen. Ook is de mogelijkheid reëel dat in bepaalde landen paspoorten op frauduleuze wijze kunnen worden verkregen zonder dat iemand de desbetreffende nationaliteit bezit. Dit zou kunnen verklaren dat eiseres probleemloos door meerdere landen heeft kunnen reizen met het paspoort. Verweerder heeft het bestreden besluit op dit punt dan ook niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd dat er sprake is van een dubbele nationaliteit. De beroepsgrond slaagt.
Kon verweerder de seksuele gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig vinden?7. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder in alle individuele asielzaken een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht, waarbij hij rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling. [6] Dat volgt ook uit de Werkinstructie 2019/17. [7] Daarin staat dat verweerder bij het gehoor én bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid rekening moet houden met het referentiekader van de vreemdeling, zoals het opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur, en de afkomst.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat tijdens het nader gehoor op zich voldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. Zo blijkt uit het gehoorrapport dat de gehoormedewerker voldoende heeft doorgevraagd, waar nodig vraagstelling heeft geherformuleerd en extra uitleg heeft gegeven bij vragen als die voor eiseres niet helemaal duidelijk waren. [8] Aan het eind van het gehoor heeft eiseres desgevraagd aangegeven geen op- of aanmerkingen te hebben over de werkwijze van de gehoormedewerker.
7.2.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in het voornemen het referentiekader van eiseres heeft geschetst. Zo heeft verweerder vermeld dat eiseres tot haar achttiende naar school is geweest en ten tijde van het voornemen 19 jaar oud was. Verder heeft verweerder benadrukt dat eiseres opvallend duidelijk, chronologisch en gedetailleerd heeft verklaard bij het doen van haar vrije relaas. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het voornemen echter een incompleet referentiekader geschetst, nu de culturele en religieuze achtergrond van eiseres niet is benoemd en uit Werkinstructie 2019/17 volgt dat daar rekening mee moet worden gehouden. [9] Dit klemt te meer nu de culturele en religieuze achtergrond tijdens het nader gehoor meerdere malen aan bod is gekomen. Zo heeft eiseres verklaard dat zij is opgegroeid in een homofobe omgeving en dat homoseksualiteit binnen haar religie taboe is en in verband wordt gebracht met satanisme. [10]
7.3.
De rechtbank is van oordeel dat de culturele en religieuze achtergrond van eiseres onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming. Verweerder heeft er in het bestreden besluit enkel op gewezen dat homoseksualiteit in Zimbabwe taboe is en dat tegen deze achtergrond de verklaring van eiseres dat zij op dertienjarige leeftijd dacht dat homoseksualiteit normaal is en er geen sterke mening over had, merkwaardig is. Bij de overige tegenwerpingen heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt in hoeverre rekening is gehouden met de culturele context. In de zienswijze op het voornemen heeft eiseres bovendien naar voren gebracht dat het voor haar lastig is om zich uit te drukken, omdat ze is opgegroeid in een repressieve omgeving zonder veilige kaders om over gevoelens te spreken. Uit de besluitvorming blijkt niet dat verweerder dit alsnog als onderdeel van het referentiekader heeft betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Verweerder heeft ook niet duidelijk gemaakt waarom van eiseres, ondanks haar culturele en religieuze achtergrond, wordt verwacht dat zij op diepgaandere en inzichtelijkere wijze kan verklaren. De beroepsgrond slaagt.
8. Verder kan de rechtbank het betoog van eiseres volgen dat haar verklaringen over haar relatie met [naam] niet integraal zijn betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van haar gestelde lesbische gerichtheid. Dat had wel moeten gebeuren volgens de rechtbank.
Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres meer duiden op een vriendschap dan een liefdesrelatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder hiermee onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom niet wordt uitgegaan van een liefdesrelatie en wat maakt dat de verklaringen van eiseres over haar relatie met [naam] niet bij kunnen dragen aan de geloofwaardigheid van haar gestelde lesbische gerichtheid. Ook deze beroepsgrond slaagt.
9. Verweerder heeft wel in de geloofwaardigheidsbeoordeling betrokken dat de verklaringen van eiseres over de afpersing niet overeenkomen met de verklaringen die de partner van eiseres hierover heeft afgelegd. Eiseres spreekt namelijk over drie digitale betalingen van 100 dollar, waar haar partner heeft verklaard over twee contante betalingen van 50 dollar. De rechtbank stelt vast dat eiseres in het nader gehoor, in de aanvullingen op het nader gehoor en in de zienswijze heeft toegelicht dat haar partner de betalingen heeft gedaan en dat eiseres aannam dat de betalingen 100 dollar per keer betroffen. Gelet op deze uitleg kan de rechtbank het standpunt van verweerder, dat deze wisseling in verklaringen niet voldoende is toegelicht, niet volgen. De beroepsgrond slaagt.
10. De rechtbank stelt ook vast dat verweerder in het bestreden besluit een aantal tegenwerpingen uit het voornemen heeft laten vallen. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom de overige tegenwerpingen zelfstandig voldoende zijn om tot de conclusie te komen dat de lesbische gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is en hoe de vervallen tegenwerpingen in de beoordeling zijn meegewogen. Dit is niet in lijn met Werkinstructie 2019/17 die een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling voorschrijft waarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden gewogen. Ook deze beroepsgrond slaagt.
11. Het voorgaande betekent dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van de getelde lesbische geaardheid gebrekkig is. Dit betekent dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de lesbische gerichtheid ongeloofwaardig is. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Verweerder zal opnieuw onderzoek moeten doen naar de nationaliteit van eiseres en een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling moeten verrichten, (kenbaar) rekening houdend met het referentiekader, de culturele en religieuze achtergrond van eiseres. Verweerder zal daarom binnen acht weken een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde per punt van € 907,-).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €2.721,-.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Artikel 31, zesde lid, onder a, b, c en e, van de Vw.
3.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
4.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
5.Artikel 9 van de Citizenship of Zimbabwe Act (hoofdstuk 4:01).
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1622.
7.WI 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.
8.Nader gehoor van 3 november 2024, bijvoorbeeld p. 9 en 10.
9.WI 2019/17, p. 5.
10.Nader gehoor van 3 november 2024, p. 13.