ECLI:NL:RBDHA:2025:24896

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/09/634013 / FA RK 22-5396
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling co-ouderschapsregeling en vakantieregeling na ouderschapsbemiddeling

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 20 oktober 2025 een beschikking gegeven inzake de co-ouderschapsregeling voor de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. De ouders, de vader en de moeder, hebben in een traject van ouderschapsbemiddeling afspraken gemaakt over de zorg- en opvoedingstaken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen en dat de zorgregeling een week op week af regeling zal zijn, waarbij de kinderen in de even weken bij de moeder en in de oneven weken bij de vader verblijven. De rechtbank heeft ook een regeling vastgesteld voor de vakanties en feestdagen, waarbij de kinderen in de oneven jaren op eerste kerstdag bij de vader en op tweede kerstdag bij de moeder zijn, en omgekeerd in de even jaren. De rechtbank heeft de ouders aangespoord om duidelijke afspraken te maken over de verdeling van de vakanties en feestdagen, gezien de verstoorde communicatie tussen hen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. De rechtbank heeft de beschikking gegeven na een zorgvuldige afweging van de belangen van de kinderen, waarbij de nadruk lag op het belang van een stabiele en voorspelbare zorgregeling voor de minderjarigen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-5396
Zaaknummer: C/09/634013
Datum beschikking: 20 oktober 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 29 juli 2022 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Sazoglu in Den Haag, voorheen mr. J.M. Bekooij in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Oedayrajsingh Varma in Zoetermeer, voorheen mr. H. Devkinandan in Leiden en meer voorheen mr. H. van der Heide-Boertien in Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 9 maart 2023 van deze rechtbank:
  • is bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zal toekomen;
  • is bepaald dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]
  • zijn de ouders doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling;
  • is iedere verdere (definitieve) beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden tot 1 september 2023 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de brief van 8 september 2023 namens de moeder;
  • de brief van 21 september 2023 namens de vader;
  • de brief van 24 juli 2024 namens de vader;
  • de brief van 25 augustus 2024 namens de moeder;
  • het eindverslag van Jeugdformaat van 20 maart 2025;
  • de brief van 25 maart 2025 namens de vader;
  • de brief van 26 maart 2025 namens de moeder;
  • de brief van 17 april 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 augustus 2025, kenmerk SK-1-6499RXS.
Op 6 oktober 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Op deze zitting is zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] (zaak- en rekestnummer C/09/690113 / JE RK 25-1446)
gecombineerd behandeld. Op het verzoek tot ondertoezichtstelling is mondeling beslist.
Op de zitting zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat,
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Aan de rechtbank ligt nu nog voor het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Het traject ouderschapsbemiddeling is in mei 2024 gestart bij Jeugdformaat en er hebben meerdere gesprekken met de ouders en [de minderjarige 1] plaatsgevonden. Uit de gesprekken met [de minderjarige 1] zijn zorgen voortgekomen van mishandeling door de moeder en hoog oplopende spanningen tussen de ouders, waardoor een melding bij Veilig Thuis is gedaan. In het traject is het de ouders niet gelukt om afspraken te maken over de zorgregeling. Ook is het vertrouwen en de communicatie tussen de ouders niet verbeterd. Nadat het traject zonder positief resultaat is afgesloten, heeft de Raad besloten om onderzoek te doen naar welke zorgregeling in het belang van de kinderen wordt geacht. Vanwege de zorgen over de kinderen is het onderzoek van de Raad uitgebreid naar een beschermingsonderzoek, wat ertoe heeft geleid dat de kinderrechter van deze rechtbank op 6 oktober 2025 de kinderen onder toezicht heeft gesteld van de gecertificeerde instelling voor de duur van één jaar. Met betrekking tot de zorgregeling adviseert de Raad een gelijke zorgverdeling (50/50), wat ook Jeugdformaat in het belang van de kinderen acht. Bij Jeugdformaat hebben de ouders afgesproken om in de zomer uitvoering te geven aan een week op week af regeling. Deze regeling is de ouders en de kinderen goed bevallen, waardoor de ouders hebben afgesproken om deze regeling ook na de zomer voort te zetten.
De rechtbank zal, nu de ouders het daarover eens zijn en de rechtbank dit ook in het belang van de kinderen acht, de zorgregeling vaststellen zoals de ouders daar nu uitoefening aan geven. Dat betekent een week op week af regeling met het wisselmoment op vrijdag uit school.
Met betrekking tot de vakanties en feestdagen is het de ouders niet gelukt om volledige overeenstemming te bereiken. Zij zijn het er alleen over eens dat de verjaardagen van de kinderen in de oneven jaren bij de moeder worden gevierd en in de even jaren bij de vader, zodat de rechtbank dit zal vaststellen. Voor de zomervakanties zal de rechtbank beslissen dat de kinderen maximaal twee weken achter elkaar bij de ene dan wel de andere ouder verblijven in een schema 1-2-2-1, waarvan de eerste week aansluit bij de reguliere zorgregeling. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat de kinderen nog jong zijn en het daarom prettig voor is als de tijd waarin zijn de andere ouder niet zien beperkt is. Een verdeling van de zomervakantie bij helfte, waarbij de kinderen drie weken aaneengesloten bij elke ouder zijn, acht de rechtbank daarom nu nog niet in hun belang. De rechtbank is van oordeel dat er in twee weken tijd voldoende ruimte is voor een vakantie met de kinderen. Op de zitting is met de ouders gesproken over de mogelijkheid van videobellen met de andere ouder tijdens de zomervakantie. Naar het oordeel van de rechtbank is er daar op dit moment onvoldoende basis voor in de communicatie en het vertrouwen tussen de ouders. Als blijkt dat de kinderen hier behoefte aan hebben kunnen de ouders hierover overleggen met de jeugdbeschermer.
Ten aanzien van de overige vakanties en feestdagen overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de verstoorde communicatie tussen de ouders en om ruis daarin te voorkomen acht de rechtbank het van belang dat er duidelijke afspraken over de verdeling van de vakanties en feestdagen zijn. Op de zitting is duidelijk geworden dat Kerst en oud en nieuw voor de moeder belangrijke feestdagen zijn. De rechtbank begrijpt de wens van de vader om zo min mogelijk wisselingen te hebben voor de kinderen, maar acht het ook in het belang van de kinderen dat zij deze feestdagen met beide ouders kunnen vieren. De rechtbank zal daarom vaststellen dat de kinderen op eerste kerstdag bij de ene ouder zijn en op tweede kerstdag bij de andere ouder, wat jaarlijks zal wisselen. Oud en nieuw zullen de kinderen dit jaar bij de moeder vieren en volgend jaar bij de vader. Verder zal de rechtbank vaststellen dat de kinderen op Vaderdag en Moederdag bij de betreffende ouder zijn. Tijdens de overige vakanties en feestdagen zal de reguliere zorgregeling doorlopen.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] ;
om de week bij de vader en de moeder zijn, waarbij zij in de even weken op vrijdag uit school naar de moeder gaan en in de oneven weken op vrijdag uit school naar de vader gaan;
stelt in afwijking van voormelde zorgregeling de volgende vakantie- en feestdagenregeling vast voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] :
  • Kerst: in de oneven jaren eerste kerstdag bij de vader en tweede kerstdag bij de moeder en in de even jaren andersom;
  • oud en nieuw: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
  • Vaderdag: bij de vader;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • zomervakantie: maximaal twee weken achter elkaar bij de ene dan wel de andere ouder in een schema 1-2-2-1, waarvan ze de eerste week doorbrengen bij de ouder bij wie ze volgens de reguliere zorgregeling zouden zijn;
  • verjaardagen van de kinderen: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 oktober 2025.