ECLI:NL:RBDHA:2025:24859

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
NL25.33776
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf op basis van familie- en gezinsleven

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie op 4 juli 2024, en het bezwaar van eiseres werd op 27 juni 2025 eveneens afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van eiseres, de referente en een tolk aanwezig waren. Eiseres, geboren in 1958 met de Syrische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een mvv om bij haar dochter, referente, te kunnen verblijven. Referente, geboren in 1987, heeft medische problemen door een gasaanval in Syrië en heeft 24-uurszorg nodig. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen, en dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33776

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 4 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referente), de gemachtigde van eiseres, T. Mahmoud als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 1958 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 6 september 2022 heeft de dochter van eiseres, referente, voor haar moeder een aanvraag ingediend voor een mvv met verblijfsdoel ‘familie- of gezinsleven’. Eiseres wenst verblijf bij referente. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1987 en heeft de Syrische nationaliteit. Zij wil graag dat haar moeder haar komt bijstaan omdat zij medische problemen ondervindt door een gasaanval in Syrië in 2015.
4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van familie- of gezinsleven met referente in de zin van artikel 8 van het EVRM [1] . Volgens verweerder is er namelijk geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referente.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres voert het volgende aan. Referente heeft 24-uurszorg nodig. Verweerder gaat er ten onrechte vanuit dat de noodzakelijke zorg betaald kan worden vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Op basis van algemene situatie is het bekend dat 24-uurszorg niet betaald kan worden uit de WLZ-vergoeding, er wordt een eigen betaling verwacht, of zorg door een mantelzorger. Referente heeft geen personen die als mantelzorger voor haar kunnen zorgen, eiseres zou dit wel kunnen doen. Referente kan zich ook niet verenigen met het standpunt van verweerder dat van haar verwacht had mogen worden asiel in Duitsland aan te vragen. De zus en zwager van referente, die in Duitsland wonen en daar fulltime als arts werkzaam zijn, hebben geen tijd om zorg te bieden voor referente. Bovendien had verweerder destijds kunnen beslissen dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van referente, het is onzorgvuldig om dit nu tegen te werpen. Daarnaast heeft verweerder er onvoldoende rekening mee gehouden dat eiseres en referente afkomstig zijn uit een land in burgeroorlog. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 [2] .
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is, verweerder heeft de aanvraag van eiseres dus mogen afwijzen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. Een familierelatie tussen een ouder en een meerderjarig, niet jongvolwassen, kind valt alleen onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM wanneer er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder moet een brede beoordeling maken van de vraag of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, waarin hij alle individuele omstandigheden van het geval betrekt. Elementen zoals financiële, emotionele en materiële afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen, samenwoning en de banden met het land van herkomst kunnen in die beoordeling een rol spelen.
8. Verweerder heeft op goede gronden mogen concluderen dat er tussen eiseres en referente geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, omdat niet is gebleken dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen bestaan. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat er tussen eiseres en referente weliswaar emotionele banden bestaan, maar dat hier geen doorslaggevend gewicht aan wordt toegekend. Verweerder heeft daarbij mogen meewegen dat referente voor haar binnenkomst in Nederland de samenwoning heeft verbroken omdat zij al in 2019 zonder eiseres naar Hongarije is vertrokken om daar te studeren en vervolgens een tijd in Duitsland heeft verbleven. Ook heeft verweerder mogen meewegen dat referente in Nederland (medische) hulp ontvangt, waardoor het niet zo is dat zij alleen door haar moeder kan worden opgevangen. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat niet is gebleken dat referente 24-uurszorg nodig heeft. Ook heeft verweerder mogen betrekken dat er tussen eiseres en referente geen financiële afhankelijkheid bestaat en dat de banden van eiseres met Syrië sterker zijn dan die met Nederland.
9. Verweerder heeft eiseres niet hoeven volgen in haar standpunt dat in de besluitvorming onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheid dat referente en eiseres afkomstig zijn uit een land in burgeroorlog. In dat kader heeft eiseres verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 [3] , maar anders dan in die zaak is een belangenafweging hier niet aan de orde omdat er geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.
10. De rechtbank begrijpt dat referente medische problemen heeft en graag haar moeder bij zich wil hebben, maar niet gebleken is van zodanige afhankelijkheid dat verweerder de aanvraag moest toewijzen.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.
3.Uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.