ECLI:NL:RBDHA:2025:24767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 10 december 2025 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Zwitserland. Dit houdt in dat de minister mag vertrouwen op de correcte behandeling van asielzoekers door Zwitserland conform het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht. De minister heeft voldoende onderzoek gedaan naar mogelijke structurele tekortkomingen in de Zwitserse asielprocedure en opvang.
Eiser stelde dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest bij overdracht aan Zwitserland, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt met concrete aanwijzingen of documenten. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalt omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom dit niet van toepassing is.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.