ECLI:NL:RBDHA:2025:2475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel vastgesteld op datum asielwens, niet formulierindiening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning asiel, die de minister had vastgesteld op 20 juli 2023, de datum van het indienen van het M35-H formulier. Eiseres stelde dat de ingangsdatum op 16 juli 2023 moet worden vastgesteld, de dag waarop zij zich meldde in het Aanmeldcentrum Ter Apel en haar asielwens kenbaar maakte.
De minister voerde aan dat het tijdsverschil van vier dagen te gering was om belang bij het beroep aan te nemen en verzocht de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank oordeelde echter dat uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 januari 2025 volgt dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de asielwens wordt geuit, bijvoorbeeld via een loopbrief, en niet op het moment van formulierindiening.
De rechtbank concludeerde dat eiseres wel degelijk procesbelang heeft, omdat een eerdere ingangsdatum een sterker verblijfsrecht oplevert. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum op 20 juli 2023 stelde en stelde zelf de ingangsdatum vast op 16 juli 2023. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 907,-.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 16 juli 2023 in plaats van 20 juli 2023.