ECLI:NL:RBDHA:2025:24729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken rechtmatig gezag
Eiseres, een minderjarige met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar vader, de referent, in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat de referent niet het rechtmatig gezag over haar heeft, een vereiste volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Eiseres voerde aan dat er sprake is van feitelijke gezagsverhoudingen en verwees naar een wetswijziging en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van rechtmatig gezag een onoverkomelijke voorwaarde is en dat de aangevoerde omstandigheden en jurisprudentie niet tot een ander oordeel leiden.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen en dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek of excessief formalisme. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig gezag.