ECLI:NL:RVS:2015:110
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens toeslagpartnerschap gastouder
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 8 november 2012 de kinderopvangtoeslag voor 2009 vast op €248 en vorderde €10.528 aan voorschotten terug. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 8 februari 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gastouder, die op hetzelfde adres als appellante stond ingeschreven, als toeslagpartner kon worden aangemerkt. De Belastingdienst stelde dat een toeslagpartner geen gastouder kan zijn. Appellante voerde aan geen gezamenlijke huishouding te voeren met de gastouder.
De Raad van State oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde met de gastouder. Uit de e-mailverklaring en toelichting bleek dat zij samen aten, boodschappen werden betaald door appellante en er sprake was van wederzijdse zorg. De inschrijving in de basisregistratie personen en deze omstandigheden wezen op een gezamenlijke huishouding. Daarom was de gastouder terecht als toeslagpartner aangemerkt, waardoor appellante geen recht had op kinderopvangtoeslag over de periode 1 januari tot en met 20 december 2009.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag bevestigd.