Op 2 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een verzoeker die een aanvraag had ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan. De minister van Asiel en Migratie had deze aanvraag aanvankelijk afgewezen, maar trok later het bestreden besluit in, waarna de verzoeker een voorlopige voorziening vroeg om het beroep in Nederland af te wachten. De rechtbank oordeelde dat de minister niet tegemoetgekomen was aan de verzoeker, omdat het besluit was ingetrokken wegens veranderde omstandigheden. Hierdoor was er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskosten af.