ECLI:NL:RBDHA:2025:24689

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
I. C/09/693348 / JE RK 25-1791 en II. C/09/693349 / JE RK 25-1792
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige in een jeugdzorgzaak

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 21 november 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot de zorgregeling en ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2017. De kinderrechter heeft de zorgregeling gewijzigd, waarbij is bepaald dat er geen contact en/of omgang meer plaatsvindt tussen de minderjarige en de vader. Dit besluit is genomen omdat de minderjarige een grote weerstand vertoont tegen het contact met haar vader, wat door verschillende hulpverleningsinstanties is bevestigd. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de voortdurende druk op de minderjarige schadelijk is en dat het in haar belang is om rust te creëren. De kinderrechter heeft ook de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd voor de duur van zes maanden, omdat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd wordt door de spanningen tussen de ouders en de weerstand tegen contact met de vader. De kinderrechter heeft benadrukt dat het belangrijk is dat de ouders respectvol en zakelijk met elkaar communiceren over toekomstige beslissingen die betrekking hebben op de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummers:
I. C/09/693348 / JE RK 25-1791
II.C/09/693349 / JE RK 25-1792
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beschikking van de kinderrechter
I. Wijziging van de zorgregeling
II. Verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
BRP-geregistreerd briefadres te [plaats] ,
advocaat: mr. E.H. van de Gein uit Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • verzoekschrift I met bijlagen, ontvangen op 21 oktober 2025
  • verzoekschrift II met bijlagen, ontvangen op 21 oktober 2025;
  • het bericht van de moeder met bijlagen van 30 oktober 2025;
- het verweerschrift van de vader met bijlagen van 17 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk in de Engelse taal;
- de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter de brief van [minderjarige] voorgelezen. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 november 2025.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 mei 2024 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:
De kinderrechter – met wijziging in zoverre van de beschikking 23 november
2023 van de kinderrechter:
bepaalt dat de gecertificeerde instelling in overleg en overeenstemming met [instantie 1] het huidige contact tussen [minderjarige] en de vader door middel van een opbouwregeling gaat uitbreiden tot de regeling zoals bepaald onder 6.5 van deze beschikking;
bepaalt dat met ingang van woensdag 28 augustus 2024 [minderjarige] onbegeleid bij haar vader is elke week op woensdag uit school tot en met het avondeten;

3.Het verzoek

Wijziging zorgregeling
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de door de kinderrechter op 16 mei 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling verzoekt de zorgregeling zo te wijzigen dat er geen zorgregeling meer geldt.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. De weerstand die [minderjarige] vertoont tegen het contact met de vader is niet verminderd. Vanwege deze weerstand is het niet gelukt om het contact op te bouwen. Momenteel is er geen omgang en dit is volgens hulpverlening op korte termijn ook niet mogelijk. De moeder geeft aan dat zij haar best doet om de omgang te faciliteren, maar dat zij merkt dat zij hierbij over de grenzen van [minderjarige] gaat. De moeder stuurt de vader één keer per maand een mail met een foto en hoe het met [minderjarige] gaat. Dit kan door blijven gaan zolang de vader zich in zijn reacties beperkt tot [minderjarige] . De vader geeft aan dat hij veel van [minderjarige] houdt en een vader voor haar wil zijn. De gecertificeerde instelling ziet echter ook dat hij de schuld van het ontbreken van contact bij [minderjarige] en de moeder legt. De vader heeft een beperkt inzicht in wat hij zelf zou kunnen ondernemen om het contact te verbeteren. Zo heeft hij nog geen stappen gezet om Nederlands te leren, ondanks dat hem meermaals is uitgelegd dat dit een van de dingen is die hij kan doen om het contact te verbeteren. Door [instantie 2] wordt er momenteel geen ruimte gezien bij [minderjarige] voor contact met haar vader of voor het praten over haar vader. [zorginstantie] geeft aan dat dit kan komen door de systeemproblematiek in het verleden en het heden. Mogelijk is er sprake van gehechtheidsproblematiek en (pre-verbaal) trauma bij [minderjarige] door de gebeurtenissen uit het verleden. Omdat er te veel instabiliteit in de opvoedsituatie van [minderjarige] is, heeft er geen verder diagnostisch onderzoek plaatsgevonden. Beide ouders hebben opvoedondersteuning gehad. Na spelobservaties door [zorginstantie] in september 2024 is geadviseerd om Words & Pictures in te zetten. Dit is in mei 2025 gestart met beide ouders. Wegens de aanhoudende onrust en de dreigende berichten van vader richting [minderjarige] en de moeder is [zorginstantie] van mening dat het nu niet het moment is om Words & Pictures bespreekbaar te maken met [minderjarige] . Een stabiele basis is vereist om het verhaal goed te kunnen laten landen bij [minderjarige] . Pas na het delen van het verhaal kan er ruimte ontstaan voor verdere diagnostiek. Om voldoende rust te creëren moet de vader stoppen met het sturen van dreigende berichten naar de moeder en moeten de vader en de moeder individuele behandelingen volgen. De moeder heeft hard aan zichzelf gewerkt en volgt individuele behandeling. De gecertificeerde instelling heeft geen aanwijzingen dat de moeder [minderjarige] negatief beïnvloedt. De moeder zorgt er door middel van het doen van leuke dingen voor dat [minderjarige] in contact komt met verschillende culturen (waaronder ook de cultuur van de vader) en hiermee voldoet de moeder aan de behoeftes van [minderjarige] . Omdat de weerstand van [minderjarige] om haar vader te zien zo groot is en al zo lang aanhoudt, is het van belang dat er nu naar haar geluisterd wordt. [minderjarige] ervaart dat dit nu niet het geval is en daardoor groeit bij haar de angst en frustratie vanuit haar ervaringen in het verleden. Het zal [minderjarige] schaden als het huidige patroon, waarbinnen de vader dwingt tot contact en de moeder probeert mee te bewegen, wordt voortgezet. Het is van belang dat de stress en spanning bij haar worden weggenomen. Het bovenstaande neemt niet weg dat de vader de vader van [minderjarige] blijft en dat [minderjarige] op enig moment mogelijk wel behoefte aan contact met de vader krijgt, bijvoorbeeld als zij meer vragen krijgt over haar achtergrond.
Verlenging ondertoezichtstelling
3.3.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.4.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn geen zorgen over de thuissituatie van [minderjarige] bij de moeder en ook op school zijn er geen zorgen over haar. De grootste zorgen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn gelegen in het ontbreken van het contact met haar vader en de grote weerstand die zij ervaart. Als er met [minderjarige] wordt gesproken over haar vader is te zien dat zij verkrampt en helemaal uit contact gaat. Beide ouders voelen zich machteloos en zijn gefrustreerd. De gecertificeerde instelling vindt de ontstane situatie erg pijnlijk voor alle betrokkenen en ziet het liefst dat kinderen contact hebben met beide ouders. Meerdere hulpverleningsinstanties hebben hierop ingezet, maar de weerstand is nu zo groot dat de druk van [minderjarige] af moet. Als vast komt te staan dat er niet langer gewerkt hoeft te worden aan pogingen tot het herstarten van de omgang, kan toegewerkt worden naar de beëindiging van de ondertoezichtstelling. Met beide ouders moet gekeken worden wat er nodig is om hen gezamenlijk beslissingen te kunnen laten nemen. Mocht dit binnen een kortere tijd dan zes maanden mogelijk zijn, dan zal de gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling eerder afsluiten.
4.
De standpunten
4.1.
De moeder stemt in met het verzochte. [minderjarige] ontwikkelt zicht normaal. Zij doet het goed op school en heeft vriendjes en vriendinnetjes. De emotieregulatie van [minderjarige] is verbeterd, onder meer dankzij de ondersteuning van [zorginstantie] . De moeder vermoedt dat de weerstand van [minderjarige] voortkomt uit de constante druk die zij de afgelopen vijf jaar heeft ervaren. Er wordt steeds over de grenzen van [minderjarige] heen gegaan. Daarnaast is de vader grensoverschrijdend in zijn gedrag richting de moeder en [minderjarige] krijgt de spanning die de moeder hierdoor ervaart mee. De vader stuurt soms wel drie e-mails per dag naar de moeder waarin hij zijn frustratie uit. Hij is hier recent mee gestopt, maar de moeder vraagt zich af voor hoe lang. De moeder probeert altijd positief en neutraal te zijn over de vader, maar [minderjarige] voelt aan dat er spanningen zijn. Dit jarenlange proces laat zijn sporen na. Het is belangrijk dat er eerst rust komt, zodat de moeder over een tijdje met [minderjarige] naar de psycholoog kan gaan. De moeder is zelf in behandeling om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken. [minderjarige] is door hulpverlening in het bijzijn van de moeder gesproken, maar zij is ook apart gesproken door [zorginstantie] . [minderjarige] is constant in haar verhaal. Verder heeft de moeder weleens contact met opa vaderszijde en ook onderling hebben de opa’s soms contact. De moeder denkt dat een verlenging van de ondertoezichtstelling van vier tot zes maanden goed is om de situatie te kunnen borgen. Het is van belang om duidelijke afspraken te maken voor als [minderjarige] wel omgang wenst zodat duidelijk is hoe dit gefaciliteerd kan worden en hoe het contact opgestart kan worden. Het is nu lastig om gezamenlijke beslissingen te nemen over [minderjarige] . Mogelijk kunnen er tijdens de ondertoezichtstelling duidelijke afspraken worden gemaakt over de manier waarop toekomstige beslissingen genomen moeten worden en kan een aantal beslissingen voor de toekomst nu alvast genomen worden.
4.2.
Door en namens de vader is ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De samenwerking tussen de vader en de gecertificeerde instelling is niet altijd goed, maar er moet wel een neutrale partij zijn die opkomt voor de belangen van [minderjarige] . De vader en de moeder zijn onvoldoende in staat om in gezamenlijk overleg tot goede afspraken te komen voor [minderjarige] . Tijdens de ondertoezichtstelling moet onderzocht worden waar de weerstand van [minderjarige] vandaan komt, zodat hulpverlening daar verder mee kan en de vader daar rekening mee kan houden. Door en namens de vader is verweer gevoerd tegen de wijziging van de zorgregeling. De omgang zal niet tot ernstig nadeel voor [minderjarige] leiden. De gecertificeerde instelling heeft onvoldoende onderzocht of de omgang met de vader daadwerkelijk onrust oplevert voor [minderjarige] en waar de weerstand van [minderjarige] vandaan komt. Hierdoor is de oorzaak van de weerstand niet aangepakt. Het Words & Pictures-verhaal is niet aan [minderjarige] verteld en er is drie keer een medewerker van [instantie 2] bij [minderjarige] langsgeweest in het bijzijn van haar moeder. Ook is onvoldoende onderzocht wat de mogelijkheden met betrekking tot de omgang zijn. Doordat er onvoldoende onderzoek is gedaan, zal een ontzegging van de omgang leiden tot een schending van artikel 8 EVRM. De gecertificeerde instelling en Groeii hebben zich onvoldoende gehouden aan de opdracht uit de beschikking van 14 november 2024. Als de omgang voor onbepaalde tijd wordt opgeschort, is de kans dat er weer omgang plaats zal vinden of contactherstel mogelijk zal zijn, nagenoeg nihil. De vader vermoedt dat de moeder zich verzet tegen de omgang tussen de vader en [minderjarige] en dat [minderjarige] het gedrag van haar moeder overneemt. De vader ervaart dat hij geen invloed heeft bij gezagsbeslissingen en vindt dat hij onvoldoende door de moeder over [minderjarige] wordt geïnformeerd. De vader begrijpt dat hij geen dreigende berichten aan de betrokken instanties en de moeder moet sturen, maar dit komt voort uit emotie: de vader voelt zich machteloos. Volgens de vader is er sprake van ouderverstoting door beïnvloeding van [minderjarige] door de moeder en voelt [minderjarige] de noodzaak om loyaal te zijn aan haar moeder. De vader en zijn familie missen [minderjarige] en hoopt haar snel weer te kunnen zien. De vader meent dat de omgang tussen hem en [minderjarige] niet opgeschort dient te worden, maar juist bevorderd. Ten slotte ziet de vader geen noodzaak voor behandeling, omdat zijn reacties uit emotie voortkomen en het gevolg zijn van het feit dat hij zijn kind niet ziet.

5.De beoordeling

Wijziging zorgregeling
5.1.
De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Het is niet langer in het belang van [minderjarige] dat er omgang tussen haar en de vader plaatsvindt. Verschillende hulpverleningsinstanties hebben jarenlang geprobeerd om omgang tussen [minderjarige] en de vader plaats te laten vinden. Met de jaren is de weerstand van [minderjarige] hiertegen alleen maar gegroeid. Er wordt momenteel door hulpverleningsinstanties geen ruimte gezien voor omgang tussen [minderjarige] de vader. Zij verkrampt, gaat uit contact en wil niet over de vader praten. De voortdurende druk op [minderjarige] lijkt haar te schaden en de weerstand tegen haar vader alleen maar te vergroten. Anders dan de vader meent, hebben de gecertificeerde instelling en de hulpverleningsinstanties geen signalen gezien van negatieve beïnvloeding vanuit de moeder. De kinderrechter acht het van belang dat er nu naar [minderjarige] geluisterd wordt. Zij heeft op meerdere momenten en in gesprekken met verschillende hulpverleners duidelijk gemaakt dat en waarom zij de bezoeken van de vader niet fijn vindt. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de spanning die [minderjarige] daardoor ervaart moet worden weggenomen. Het is nu vooral zaak dat er rust komt zodat alsnog met [minderjarige] het Words & Pictures-verhaal gedeeld kan worden. Wellicht dat daardoor bij [minderjarige] op een later moment weer ruimte voor en nieuwsgierigheid naar contact met de vader ontstaat. In de tussentijd verwacht de kinderrechter van de moeder dat zij - zoals zij nu ook al doet - tegen [minderjarige] positief en neutraal over de vader blijft spreken. Ook hoopt de kinderrechter dat de moeder door zal blijven gaan met het ondernemen van activiteiten waarbij [minderjarige] met verschillende culturen in aanraking komt, zodat zij ook de cultuur van haar vader kan leren kennen en omarmen. Gelet op het bovenstaande bepaalt de kinderrechter dat er tussen [minderjarige] en de vader geen contact en/of omgang plaatsvindt. De kinderrechter begrijpt dat deze beslissing voor de vader erg verdrietig en frustrerend is, maar is niettemin van oordeel dat het blijven nastreven van contact op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is.
Verlenging ondertoezichtstelling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft al jarenlang een grote weerstand tegen het contact met haar vader en gezien wordt dat zij hierdoor verkrampt. Daarnaast krijgt [minderjarige] onbedoeld de voortdurende spanningen tussen haar ouders mee. Mogelijk is er bij [minderjarige] ook sprake van (pre-verbaal) trauma en hechtingsproblematiek. Het is van belang dat [minderjarige] hiervoor behandeld wordt nadat eerst de hiervoor benodigde rust is ontstaan. De verwachting is dat, nu er duidelijkheid is over de zorgregeling, deze hulpverlening binnen afzienbare tijd vanuit het vrijwillig kader kan worden aangeboden. Daarvoor is echter wel noodzakelijk dat de jeugdbeschermer de komende maanden nog betrokken blijft om een borgingsplan op te stellen. Goede afspraken over de wijze waarop de ouders respectvol en zakelijk met elkaar kunnen communiceren over toekomstige beslissingen die over [minderjarige] genomen zullen moeten worden, zullen daarvan in elk geval onderdeel moeten uitmaken. Ook kan de jeugdbeschermer de ouders begeleiden in het, met het oog op de toekomst, nu alvast zoveel mogelijk nemen van beslissingen over [minderjarige] .
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.6.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat - met wijziging in zoverre van de beschikking van 16 mei 2024 van de kinderrechter - dat er tussen [minderjarige] en de vader geen contact en/of omgang plaatsvindt;
6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 30 mei 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025 door
mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.