ECLI:NL:RBDHA:2025:24568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen parkeerverbod ter voorkoming van hinder bij oprit
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een verkeersbesluit van de burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, waarin een parkeerverbod is ingesteld tegenover de oprit van een derde-belanghebbende. Deze derde-belanghebbende ervaart hinder doordat geparkeerde auto's het in- en uitrijden van zijn oprit bemoeilijken. Na een eerdere afwijzing van het verzoek tot een parkeerverbod, is dit na bezwaar alsnog ingesteld.
Eiser betoogt dat het parkeerverbod niet noodzakelijk is, dat de belangenafweging onzorgvuldig is en dat hij onevenredig wordt benadeeld doordat hij niet meer nabij zijn woning kan parkeren. Hij stelt dat de derde-belanghebbende zijn perceel zou moeten aanpassen en dat het verkeersbesluit onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder baseert het besluit op een deskundigenrapport van Mobycon en het advies van een verkeersadviseur, die constateerden dat het parkeerverbod noodzakelijk is om hinder te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende zorgvuldigheid in de besluitvorming heeft betracht en dat het rapport van Mobycon als deskundigenadvies mag worden gevolgd. De belangenafweging is niet onevenredig: het parkeerverbod dient het doel van verkeersvrijheid en hinderbeperking, terwijl de nadelige gevolgen voor eiser beperkt zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het parkeerverbod blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het parkeerverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.