Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tadzjiekse vreemdeling, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens risico op onttrekking aan toezicht en het ontwijken van vertrek. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat hij niet adequaat werd bijgestaan door een tolk en dat tijdens zijn asielprocedure in 2024 zonder zijn en zijn gemachtigde medeweten een laissez-passer (lp)-aanvraag bij de autoriteiten van Tadzjikistan is ingediend, hetgeen in strijd zou zijn met een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde dat het lp-aanvraagaspect niet aan de bewaringsrechter toekomt en in een nieuwe asielprocedure moet worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens het gehoor adequaat werd bijgestaan door een tolk Russisch, een taal die hij voldoende beheerst. De zware gronden voor bewaring, waaronder het ontbreken van documenten en het niet opvolgen van de vertrekplicht, zijn feitelijk juist en rechtvaardigen de maatregel.
Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.