Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Uitstel van vertrek
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Irak, diende een opvolgende asielaanvraag in op 7 november 2019, die door de minister op 20 juni 2024 werd afgewezen. Hij stelt dat hij zich van de islam heeft afgekeerd en tot het christendom is bekeerd, waardoor hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging. De rechtbank beoordeelt of het besluit van de minister zorgvuldig tot stand is gekomen en of de bekering en de vrees voor vervolging geloofwaardig zijn.
De rechtbank oordeelt dat de minister een integrale en zorgvuldige beoordeling heeft uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden en medische problematiek van eiser. De verklaringen over de bekering tot het christendom en de geloofsgroei worden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in de motieven, het proces en kennis van het geloof. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft, mede vanwege het ontbreken van relevantie van zijn stamafkomst en het feit dat hij sinds 2002 geen deel meer uitmaakt van zijn stam.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 heeft verricht, aangezien eiser geen objectieve medische gronden heeft aangevoerd. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure is overschreden met twee jaar en één maand, waarvoor eiser een immateriële schadevergoeding van € 2.500,- toekomt. Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 907,- toegekend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst de asielaanvraag af, maar veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten en een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.