Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
4d: niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 22 november 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in het kader van grensbewaking. Eiser stelde beroep in en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 5 december 2025 opgeheven vanwege een Dublinclaim door Malta.
Eiser voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was omdat hij al in het Schengengebied was en dat de maatregel op een verkeerde grondslag was gebaseerd. Daarnaast stelde hij dat de maatregel niet tijdig was opgeheven en dat zijn medische omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat eiser aan de buitengrens een asielaanvraag had gedaan en dat artikel 6, derde lid, Vw de juiste grondslag vormde.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel niet onrechtmatig was toegepast en dat verweerder niet verplicht was de maatregel binnen 48 uur op te heffen. De zware grondslag dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen werd bevestigd. De medische omstandigheden werden expliciet genoemd in het besluit en vormden geen reden voor onrechtmatigheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.