ECLI:NL:RBDHA:2025:24371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag wegens niet aannemelijke echtscheiding en mogelijke polygamie
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) met het doel gezinshereniging met hun vader, tevens referent. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de referent gescheiden is van hun moeder, waardoor een polygame situatie op Nederlands grondgebied zou ontstaan.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om de echtheidsverklaring van de echtscheidingsakte te laten onderzoeken door Bureau Documenten (BD). BD kon echter niet bevestigen of het document inhoudelijk juist was. Eisers overleggen aanvullende documenten van de Sharia rechtbank in Libanon, maar ook deze worden door BD niet volledig bevestigd. De minister baseert zich daarnaast op diverse documenten en verklaringen waaruit blijkt dat de referent met twee vrouwen gehuwd is.
De rechtbank oordeelt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de referent gescheiden is van hun moeder en bevestigt de afwijzing van de MVV-aanvraag. Wel is geoordeeld dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers in de bezwaarfase, maar dit gebrek wordt met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eisers hierdoor niet zijn benadeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eisers en draagt op het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de MVV-aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van echtscheiding.