ECLI:NL:RBDHA:2025:24312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt risico op vervolging en onmenselijke behandeling
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, diende op 16 mei 2023 een asielaanvraag in. Hij vreesde terugkeer vanwege beschuldigingen van hekserij, verstoting, en psychische kwetsbaarheid. Verweerder wees de aanvraag op 17 september 2025 af als ongegrond. Eiser stelde in beroep dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft en dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn psychische gesteldheid.
De rechtbank behandelde het beroep op 30 oktober 2025. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een actueel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De beschuldiging van hekserij werd niet gelijkgesteld aan vervolging wegens geloofsovertuiging. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser vanwege zijn psychische toestand een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
Verder werd geoordeeld dat de algemene verslechterde veiligheidssituatie in de DRC niet leidt tot een persoonlijk risico voor eiser. Het verzoek tot aanhouding van de procedure wegens medische behandeling werd afgewezen omdat deze nog niet was gestart. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de afwijzing van de asielaanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.