Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, diende op 24 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, gezien eerdere asielaanvragen van eiser in Kroatië en Frankrijk.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer op Kroatië van toepassing is vanwege meldingen van pushbacks en politiegeweld aan de Kroatische buitengrenzen, en het ontbreken van effectieve klachtenmogelijkheden. Hij verwees onder meer naar een rapport van het Swiss Refugee Council.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De rechtbank nam mee dat Kroatië met een claimakkoord de behandeling van de asielaanvraag garandeert en dat eiser na overdracht in Kroatië kan klagen bij de autoriteiten.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 17 december 2025 te Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.