Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), het CIZ
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Wat oordeelt de rechtbank?
24 mei 2024 (datum aanvraag) tot en met 4 februari 2025 (datum bestreden besluit).
[naam 2] van [zorginstantie], waaronder de brief van 10 november 2024 waarin hij antwoord geeft op de door de medisch adviseur van het CIZ gestelde vragen. Deze arts stelt dat eiser kampt met een complexe combinatie van somatische aandoeningen. Daarnaast ervaart hij frequent episodes van cognitieve overbelasting door zijn depressieve stoornis en angsten. Gezien het chronische karakter van de klachten acht de psychiater verdere intensieve behandeling niet doelmatig, als gevolg waarvan eiser wel in aanmerking zou moeten komen voor Wlz-zorg. De rechtbank ziet hierin echter onvoldoende aanknopingspunten om aan de juistheid van de adviezen van de medisch adviseur te twijfelen. In die adviezen is namelijk uitvoerig weergegeven hoe de woon- en leefsituatie van eiser is, en welke zorg hij nodig heeft. Dat de zorgbehoefte van eiser groot is en dat hij veel hulp nodig heeft bij allerhande dagelijkse levensverrichtingen is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht. De dagelijkse zorgbehoefte zoals die door de medisch adviseur is beschreven betreft namelijk bij uitstek planbare zorg. Voor zover eiser aanvoert dat er sprake is van concrete belemmeringen waardoor er een reëel risico op ernstig nadeel bestaat omdat er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, is dit niet gebaseerd op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat, of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Wat betreft de mobiliteitsproblemen stelt het CIZ dat begeleiding kan worden geleverd vanuit de Wmo. Ook het mogelijke valgevaar waar eiser naar wijst, is geen reden om het bestaan van ernstig nadeel aan te nemen. Het CIZ heeft terecht gewezen op het gebruik van hulpmiddelen bij het gestelde valgevaar. In de brieven van de psychiater is onvoldoende onderbouwd waarom eiser niet in staat zou zijn om op momenten waarop hij toch onverwacht hulp nodig heeft, deze hulp – bijvoorbeeld door gebruik te maken van persoonsalarmering – in te roepen en af te wachten. Het CIZ heeft daarnaast terecht gesteld dat het de taak van de medisch adviseur is om de informatie van de behandelaren van eiser te vertalen naar in termen van de Wlz. Op grond van de richtlijn van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) mogen specialisten/behandelaren zich niet uitlaten over toegang tot de Wlz [1] . Dat de psychiater meent dat er bij eiser een noodzaak bestaat voor permanent toezicht hoeft het CIZ dus niet te volgen, nu het CIZ voldoende gemotiveerd tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een noodzaak tot acute medische interventie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.F. Leichel, griffier.