Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
Mede namens haar minderjarige kind:[naam], geboren op [geboortedag]
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
6. In de zaak van eiseres geldt dat de aanvraag op 11 juni 2024 ingediend, gedurende de geldigheid van het BVM Soedan. Het BVM Soedan is op 9 juli 2024 beëindigd en de beslistermijn is op die datum gaan lopen. De wettelijke beslistermijn is geëindigd op 9 januari 2025. Eiseres heeft de minister op 3 juni 2025 gevraagd om alsnog binnen 14 dagen te beslissen. De minister heeft niet binnen twee weken na de ingebrekestelling beslist op de aanvraag. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. [6] Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.