ECLI:NL:RBDHA:2025:24138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en refoulementrisico bij uitzetting Algerijnse onderdaan
Eiser, een Algerijnse onderdaan, is sinds 7 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 2 oktober 2025, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde omtrent de afgifte van een laissez-passer en dat hij medische klachten had die een uitzetting onmogelijk maken. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft geïnformeerd en dat eiser zijn medische klachten onvoldoende heeft onderbouwd. Ook is er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, ondanks annulering van een vlucht via Frankrijk, omdat een nieuwe vlucht via Italië is geboekt.
Eiser beroept zich op het arrest Ararat van het Hof van Justitie EU, dat een geactualiseerde refoulementsbeoordeling vereist. De rechtbank stelt dat zij zelf verplicht is een dergelijke beoordeling te maken en dat uit eerdere uitspraken blijkt dat geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestaat. De rechtbank ziet geen reden om de voortzetting van de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.