Eiser verzocht om wijziging van de CO2-uitstootwaarde van zijn voertuig in het Nederlandse kentekenregister van 255 naar 254 gram per kilometer. Verweerster, de RDW, wees dit verzoek af omdat de waarde was overgenomen van het Litouwse kentekenbewijs, conform de Kentekenbewijzenrichtlijn. Eiser kon niet aantonen dat deze waarde evident onjuist was met een Certificaat van Overeenstemming of een individueel goedkeuringscertificaat.
De rechtbank overwoog dat het voertuig vanuit de Verenigde Staten in Litouwen was ingevoerd en geen Europese typegoedkeuring had. De RDW was daarom gehouden de CO2-waarde van het Litouwse kentekenbewijs te accepteren, tenzij er bijzondere omstandigheden waren die twijfel opriepen. Hoewel eiser een alternatieve berekening met de Scandinavische rekenmethode aanvoerde, leidde dit niet tot een voldoende grond voor wijziging omdat de afwijking minimaal was en de Litouwse autoriteiten de waarde hadden afgeleid van een Amerikaanse database.
De rechtbank concludeerde dat de CO2-uitstootwaarde niet evident onjuist was en dat de RDW terecht de waarde had overgenomen. Wel werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar langer dan de redelijke termijn had geduurd, wat aan de RDW kon worden toegerekend. Daarom werd eiser een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend en werd de RDW veroordeeld tot betaling van proceskosten van €226,75.
Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg het griffierecht niet terug. De uitspraak werd gedaan door rechter D.C. Laagland op 19 november 2025.