Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres], eiseres (zaaknummer NL25.52504),
[minderjarige](zaaknummer NL25.52504)
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 24 oktober 2025 besloten de asielaanvragen van eisers, een gezin met een minderjarig kind en een zwangere moeder, niet in behandeling te nemen omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers voerden aan dat België hen onmenselijk heeft behandeld en dat de overdracht vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder zwangerschap, onevenredige hardheid zou opleveren. Verweerder stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat België zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank oordeelt dat eisers niet zijn geslaagd in de bewijslast om aan te tonen dat zij bij overdracht aan België een reëel risico lopen op een schending van fundamentele rechten. Er is geen overtuigend bewijs geleverd dat België tekortschiet in opvang of medische zorg, ook niet voor zwangere vrouwen.
De rechtbank wijst erop dat België het asielverzoek in behandeling zal nemen en dat klachten over schendingen bij Belgische autoriteiten moeten worden ingediend. De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.