Verzoeker, woonachtig bij zijn ouders met zijn gezin in een onhoudbare woonsituatie, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees de aanvraag af op grond van meerdere weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening. Verzoeker maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend zonder geldige reden.
Verzoeker stelde dat hij door een medische behandeling tijdelijk in India was en dat een door het college ingeschakelde partij, Het Vierde Huis, namens hem uitstel had gevraagd, maar deze partij is geen bestuursorgaan en had geen verplichting het bezwaar door te sturen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard omdat het te laat was en er geen geldige reden was voor de termijnoverschrijding.
Hoewel de woonsituatie van verzoeker ernstig is, was er geen voldoende spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.