ECLI:NL:RBDHA:2025:23816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag van 16 juli 2025 werd afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 14 augustus 2025 met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten. Namens eiser is schriftelijk gereageerd dat het laatste contact telefonisch op 31 juli 2025 was en dat verdere pogingen tot contact via telefoon, e-mail en WhatsApp niet werden beantwoord.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming. Dit geldt ook hier, aangezien eiser geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde en geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 12 december 2025 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming.