ECLI:NL:RBDHA:2025:23754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie- of gezinslid onder Turks associatierecht bevestigd
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier als familie- of gezinslid bij haar dochter (referente). De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet kunnen vrijstellen van dit vereiste. De rechtbank toetste of eiseres onder het Turks associatierecht valt en of haar uitzetting in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten laste komt van referente, zoals vereist onder het Turks associatierecht. De financiële ondersteuning die eiseres ontving was onvoldoende onderbouwd en niet structureel. Ook ontbrak het bewijs dat deze ondersteuning noodzakelijk was, mede omdat eiseres een woning en familie met inkomen in Turkije heeft.
Daarnaast stelde eiseres dat haar uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege het familie- en gezinsleven en bijkomende afhankelijkheid. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs voor een dergelijk gezinsleven of bijkomende afhankelijkheid en concludeerde dat de belangenafweging niet onrechtmatig was.
Daarmee bleef de afwijzing van de aanvraag in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning blijft in stand.