Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Soedanese nationaliteit, vroeg in 2022 naturalisatie aan, maar verweerder weigerde dit vanwege twijfels over zijn identiteit en nationaliteit. Deze twijfels zijn eerder in een asielprocedure vastgesteld en bevestigd door een taalanalyserapport van TOELT, dat concludeerde dat eiser niet de talenkennis bezit die past bij zijn opgegeven herkomstgebied.
Eiser voerde aan dat hij tijdens zijn asielprocedure minderjarig was en psychische problemen had, wat zijn verklaringen beïnvloedde, en dat TOELT geen volwaardige analyse kon maken vanwege het ontbreken van taalanalisten voor zijn talen. Ook stelde hij in bewijsnood te verkeren omdat hij geen identificerende documenten kan verkrijgen van Soedanese autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende onderbouwde. Het TOELT-rapport en het weerwoord daarop werden als deskundigenadvies gevolgd. Eiser slaagde er niet in om voldoende aanknopingspunten te leveren die tot twijfel aan dit advies leiden. Ook het late overleggen van een verklaring uit Ethiopië werd niet meegenomen wegens procedurele regels.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van het naturalisatieverzoek niet onevenredig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de naturalisatieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege gerede twijfel over identiteit en nationaliteit.