ECLI:NL:RBDHA:2025:23534
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens medische omstandigheden minderjarige
Eiseres heeft samen met haar minderjarige dochter een asielaanvraag ingediend in Nederland, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eerder had de rechtbank een soortgelijk besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening niet van toepassing waren, met name gelet op de medische en psychische problematiek van de minderjarige dochter en de ondersteunende rol van het familienetwerk in Nederland. De GZ-psycholoog gaf aan dat de dochter kampt met een posttraumatische stressstoornis en dat behandeling alleen mogelijk is bij voldoende stabiliteit, welke het netwerk in Nederland biedt.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij alle omstandigheden worden betrokken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de medische en psychosociale omstandigheden.