Uitspraak
[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
bijzonderekwetsbaarheid van eiser is daarmee onvoldoende onderbouwd.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 19 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder op 8 februari 2023 in Duitsland een asielaanvraag had ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde onder meer aan dat hij homoseksueel is en dat Duitsland niet het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag toepassen vanwege tekortkomingen in de Duitse asielprocedure voor lhbti'ers.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Het nieuwe AIDA-rapport over Duitsland wijkt niet wezenlijk af van het vorige en biedt geen grond om het vertrouwensbeginsel te verwerpen. Ook de individuele omstandigheden van eiser, zoals zijn betrokkenheid bij de lhbti-gemeenschap in Nederland en zijn traumatische ervaringen, zijn onvoldoende onderbouwd met medisch bewijs om de overdracht aan Duitsland te verhinderen.
Het beroep op het arrest Tarakhel, dat aanvullende garanties vereist voor bijzonder kwetsbare personen, wordt afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zonder garanties geen adequate zorg en opvang in Duitsland zal krijgen. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en stelt dat eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.