ECLI:NL:RBDHA:2025:23322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele gerichtheid en politieke activiteiten. De eerste aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van deze motieven, een beslissing die onherroepelijk werd verklaard.
In de opvolgende procedure stelde eiser dat hij een identiteitsgroei had doorgemaakt en nu actiever deelneemt aan lhbti-activiteiten, wat zijn homoseksualiteit zou onderbouwen. Hij overhandigde brieven, foto’s en appjes ter ondersteuning. De minister bleef echter bij het standpunt dat de homoseksuele gerichtheid onvoldoende geloofwaardig was, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van concrete verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit in twijfel trok. De overgelegde bewijsstukken boden onvoldoende ondersteuning, en de verklaringen van eiser waren niet concreet of diepgaand genoeg om het voordeel van de twijfel te rechtvaardigen. Daarom bleef de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid.