Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 11 november 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn heeft besloten.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, is een kortere termijn passend.
De rechtbank legt de minister op om binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor het geval de minister deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt hiermee verplicht om alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen op de asielaanvraag, onder dreiging van financiële sancties.