ECLI:NL:RBDHA:2025:23155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf gezinslid wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiseres, een Afghaanse minderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij referente, die een verblijfsvergunning asiel bezit. Verweerder wees de aanvraag af wegens onduidelijkheid over identiteit, familierechtelijke relatie, en toestemming van de vader. Eiseres voerde in beroep aan dat zij haar identiteit voldoende aannemelijk had gemaakt en verweerder de hoorplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de identiteit en de familierechtelijke relatie niet waren aangetoond, mede gelet op de overgelegde documenten en verklaringen. Ook werd vastgesteld dat verweerder ten onrechte had afgezien van een hoorzitting in de bezwaarfase, terwijl dit noodzakelijk was gezien de onduidelijkheden en persoonlijke omstandigheden van eiseres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit binnen 10 weken, waarbij de uitspraak tevens verweerder veroordeelde in de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, gemotiveerde besluitvorming en het respecteren van de hoorplicht in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen 10 weken een nieuw besluit te nemen.