ECLI:NL:RBDHA:2025:23050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
C/09/692853/ KG ZA 25-1002
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 121 lid 2 RvArt. 555 RvArt. 237 lid 4 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning en betaling gebruiksvergoeding na beëindiging huurovereenkomst

In deze kort geding procedure vordert eiseres, een Duitse vennootschap, de ontruiming van een woning die door gedaagde wordt gehuurd. De huurovereenkomst is per 9 oktober 2025 geëindigd, maar gedaagde verblijft nog in de woning. Eiseres vordert tevens een gebruiksvergoeding van € 33,25 per dag vanaf 10 oktober 2025 tot ontruiming.

Gedaagde is tijdig en correct opgeroepen, maar verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen gegrond zijn, behalve de gevorderde wettelijke rente over de gebruiksvergoeding wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechter bepaalt dat gedaagde de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis moet verlaten en ontruimen. De mogelijkheid tot gedwongen ontruiming wordt niet expliciet toegekend, omdat deze al wettelijk is geregeld. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten bij niet-tijdige betaling.

De proceskosten worden begroot op € 1.752,45 inclusief dagvaarding, griffierecht, advocaatkosten en nakosten. De veroordeling in proceskosten omvat ook de ontruimingskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/692853/ KG ZA 25-1002
Vonnis in kort geding van 3 december 2025
in de zaak van
BERF 14 GmbH & Co. KGte Berlijn (Duitsland),
eiseres,
advocaat mr. T. Delmée te Den Bosch,
tegen:
[gedaagde]te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Catella’ en ‘ [gedaagde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 november 2025 waarin op grond van artikel 121 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een nieuwe roldatum is bepaald op 26 november 2025 met aan Catella het bevel om deze roldatum bij exploot, zowel aan het BRP-adres als aan het adres van de gehuurde woning, aan [gedaagde] aan te zeggen;
- het oproepingsexploot van 17 november 2025;
- de aanvullende producties 14 en 15 van Catella.
1.2.
Catella heeft met het oproepingsexploot van 17 november 2025 de dagvaarding opnieuw doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 26 november 2025 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.3.
[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
Catella vordert – zakelijk weergegeven – dat [gedaagde] de door hem van Catella gehuurde woning aan het [adres] te [plaats] ontruimt, omdat de huurovereenkomst per 9 oktober 2025 is geëindigd en [gedaagde] thans nog in de woning verblijft. Ook vordert Catella dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een vergoeding van € 33,25 per dag te betalen voor gebruik van de woning met ingang van 10 oktober 2025 totdat [gedaagde] de woning heeft verlaten en ontruimd. Tot slot vordert Catella dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder de eventueel te maken ontruimingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
2.2.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en worden daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen, met dien verstande dat de vordering tot betaling van wettelijke rente over de gebruiksvergoeding van € 33,25 per dag zal worden afgewezen, nu Catella niet of onvoldoende heeft toegelicht vanaf welke data en op grond waarvan [gedaagde] bij niet-betaling van die bedragen in verzuim is.
2.3.
Ten aanzien van de ontruimingstermijn bepaalt de voorzieningenrechter dat [gedaagde] de woning binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis moet verlaten en ontruimen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om daarbij expliciet te bepalen dat Catella gerechtigd is om die ontruiming door een gerechtsdeurwaarder te laten uitvoeren, indien [gedaagde] in gebreke blijft om binnen de bepaalde ontruimingstermijn tot ontruiming over te gaan. Immers zijn de mogelijkheid tot gedwongen ontruiming en de voorwaarden daarvoor al bij wet geregeld in artikel 555 Rv Pro e.v.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Catella worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.752,45
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.6.
Ten aanzien van de gevorderde (eventueel te maken) ontruimingskosten overweegt de voorzieningenrechter dat de proceskostenveroordeling reeds een executoriale titel oplevert voor het verhaal van de ontruimingskosten. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat namelijk ook een veroordeling tot betaling van de nakosten (artikel 237 lid 4 Rv Pro). Onder die nakosten vallen ook de kosten die gepaard gaan met een gedwongen ontruiming. [1]

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan het [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met al degenen die, en al hetgeen dat, zich daarop en daarin van hunnentwege bevinden respectievelijk bevindt, onder afgifte van de sleutels, en vervolgens verlaten en ontruimd te houden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Catella te betalen een gebruiksvergoeding van € 33,25 per dag voor elke dag na 9 oktober 2025 dat [gedaagde] de woning niet heeft verlaten tot aan de dag van de daadwerkelijke ontruiming;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.752,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van de Laarschot en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
lp

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 februari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1544.