ECLI:NL:RBDHA:2025:22889

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
NL25.42466
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:72 AwbArt. 31 ProcedurerichtlijnArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslistermijn en dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvraag na tweede beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres, mede namens haar minderjarige kind, een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Eerder had de rechtbank een eerste beroep gegrond verklaard en de minister een beslistermijn van twee weken opgelegd met een dwangsom van €200 per dag, oplopend tot maximaal €15.000.

De rechtbank overweegt dat bij een tweede beroep tegen hetzelfde niet tijdig beslissen geen nieuwe ingebrekestelling vereist is. De minister heeft echter ook na de eerste uitspraak niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, stelt de rechtbank een kortere beslistermijn van vier weken vast, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor het geval de minister opnieuw niet tijdig beslist. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ter hoogte van €453,50.

Uitkomst: De rechtbank legt een beslistermijn van vier weken en een dwangsom van €100 per dag op aan de minister voor het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42466

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,V-nummer: [nummer] ,

mede namens haar minderjarige kind:

[naam]V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. A.A. Scholtmeijer),
en,

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest binnen een termijn van twee weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag. De rechtbank heeft daarbij ook bepaald dat de minister een dwangsom van € 200,- per dag moest betalen als zij niet op tijd een besluit nam. De dwangsom kon oplopen tot maximaal
€ 15.000,-.
1.1.
Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiseres de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat zij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. [2] Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig. [3]
3. In de uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank de minister een beslistermijn opgelegd van twee weken. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag genomen.
4. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
5. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. [4] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. [5]
6. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden [6] is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Als uitgangspunt geldt dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. In dit geval heeft op 1 mei 2025 een nader gehoor plaatsgevonden. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van vier weken een besluit moet nemen, welke termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
Welke dwangsom legt de rechtbank op?
7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op. [7] De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [8]

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister vier weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.
9. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [9]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
3.Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:673.
4.Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
6.Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
8.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
9.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.