Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij zijn gestelde moeder, maar verweerder wees dit af wegens het ontbreken van objectieve en verifieerbare bewijsstukken die een familierechtelijke relatie en een uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in het arrest K.A. aantonen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende medische of andere documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat referente zonder zijn aanwezigheid niet zelfstandig kan functioneren, en dat de verklaringen subjectief zijn en niet ondersteund worden door objectief bewijs. Tevens is het beroep op het arrest Jeunesse en andere Unierechtelijke bepalingen niet toereikend om het besluit te vernietigen.
Verder is vastgesteld dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser bij bezwaar, omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Ook de SIS-signalering is rechtmatig in verband met het in stand blijven van het terugkeerbesluit.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen, voldoet aan de motiveringsplicht en niet onzorgvuldig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.