Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
“Omdat ik zelf ook twijfelde. Ik geloofde niet diep in mijn hart. Wat in mijn hoofd draaide was altijd een voorwaarde. Als [naam 4] genezen raakt, ga ik geloven. Ik dacht als ik hiermee bezig ben, kan ik geloven”(zie NG, p. 34) en over wat dat voor hem betekent verklaart hij:
“Nadat hij (eiser doelt op Petrus, rechtbank) drie keer ontkende, was hij op een gegeven moment gaan geloven en zei hij dat hij niet op niveau was van Jezus christus en hij ondersteboven gekruisigd moest worden. Ik heb het gevoel dat hij toen pas door had wat de betekenis was van eeuwige verlossing en vergeving. Na het gevoel dat door [naam 4] was gekomen had ik daarvoor nog niet het gevoel wat de gang van zaken was”(zie NG, p. 35). Eiser benoemt onder meer ook het gedeelte uit het Bijbelboek Korinthe over het zaaien, dat het lichaam van het zaad verandert tot een andere vorm en er iets anders tot leven komt. Dat spreekt hem aan omdat hij dacht: dit is wat mij gaat overkomen als ik doodga, dan blijft mijn geest in leven en krijgt een beter leven (zie NG, p. 31). Verder verklaart eiser dat de wederopstanding van Jezus Christus en het eeuwige leven dat hij kan leiden doordat Jezus zijn zonden heeft gedragen en hem heeft verlost, zijn interesse heeft opgewekt omdat hij altijd bang was voor het kwijtraken, het verliezen, en altijd angst voor de dood had (zie NG, p. 32). Gelet hierop ziet de rechtbank niet in waarom eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in wat zijn kennis en de verhalen voor hem persoonlijk betekenen. Dat eiser (soms) niet de titel van verzen of verhalen kan noemen, is onvoldoende voor een andersluidende conclusie.