ECLI:NL:RBDHA:2025:22787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Jezidi uit Irak wegens ontbreken vluchtelingenstatus en reëel risico ernstige schade
Eiser, een Jezidi uit Irak, diende op 7 november 2022 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 28 april 2025 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 9 oktober 2025 en oordeelde dat de afwijzing terecht was.
Eiser stelde dat hij vanwege discriminatie en bedreigingen in Irak niet veilig kon terugkeren. Hij wees op discriminatie op de arbeids- en woningmarkt en bedreigingen door een gewapende groepering vanwege zijn werk met alcoholische dranken. De minister vond het eerste motief geloofwaardig, maar liet de geloofwaardigheid van de overige motieven in het midden. De minister stelde dat eiser geen vluchteling was zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico liep op ernstige schade volgens artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende persoonlijke omstandigheden had aangetoond die een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade rechtvaardigen. De ervaren discriminatie was niet ernstig genoeg om zijn maatschappelijke participatie wezenlijk te belemmeren. Ook de bedreigingen werden niet toegerekend aan een grond uit het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank bevestigde dat de minister de afwijzing voldoende heeft gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.