ECLI:NL:RBDHA:2025:22725

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
NL25.19659
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30b VwArt. 31 lid 6 sub c en e VwArt. 3:46 AwbArt. 8:72 lid 4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering leeftijd en nationaliteit

Eiser, afkomstig uit Somalië, heeft in Griekenland asiel gekregen en vervolgens in Nederland opnieuw asiel aangevraagd. Verweerder wees de aanvraag af vanwege twijfel aan de geloofwaardigheid van eisers identiteit, nationaliteit en geboortedatum, gebaseerd op verschillen tussen het Griekse dossier en de verklaringen in Nederland.

De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het Griekse dossier leidend moet zijn, vooral gezien de onduidelijkheden en problemen met de leeftijdsregistratie in Griekenland, zoals bevestigd door jurisprudentie van het EHRM. Ook de nationaliteit is onduidelijk, waarbij eiser consequent Somalische nationaliteit verklaart terwijl het Griekse dossier Jemenitische nationaliteit vermeldt.

Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het kind en de vermoedelijke minderjarigheid van eiser. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.19659 (beroep)
NL25.19660 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser/verzoeker, hierna: eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.M. van der Lei).

Samenvatting

1. Eiser heeft eerder asiel gekregen in Griekenland. Daarna heeft hij in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Daarbij volgt verweerder niet de nationaliteit en geboortedatum zoals eiser die in Nederland heeft opgegeven. In het Griekse dossier staat namelijk een andere geboortedatum en nationaliteit vermeld.
1.1.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is. Verweerder heeft niet goed gemotiveerd waarom het Griekse dossier moet worden gevolgd voor wat betreft de geboortedatum en de nationaliteit. Uit jurisprudentie van het EHRM blijkt dat er problemen zijn met de registratie van leeftijden van asielzoekers in Griekenland. Ook heeft eiser meerdere verklaringen afgelegd over de registratie in Griekenland die inhouden dat de registratie niet goed ging. Onduidelijk is hoe verweerder hier rekening mee heeft gehouden. Verder is niet alle informatie in het Griekse dossier duidelijk. Zo is in het registratieformulier helemaal geen geboortedatum opgenomen. Ook is volgens de Griekse informatie de nationaliteit na registratie gewijzigd naar de Jemenitische, terwijl die nationaliteit al op het registratieformulier staat.
1.2.
Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 26 maart 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft ook een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden
3. Eiser stelt uit Somalië te komen en te zijn geboren op [datum 1] 2007. Eiser is op 1 september 2022 Europa ingereisd via Griekenland en heeft daar asiel aangevraagd. Griekenland heeft de aanvraag van eiser ingewilligd en hem een verblijfsvergunning verleend. Eiser geeft aan dat hij niets wist van deze status en dat hij in Griekenland op straat moest leven. Daarom is eiser naar Nederland gekomen om hier een asielaanvraag te doen.
3.1.
Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Hij heeft verklaard dat er twee onbekende mannen naar zijn huis in [plaats] (Somalië) zijn gekomen en vervolgens zijn stiefvader hebben gedood. Als gevolg daarvan moest eiser gaan werken om zijn moeder te ondersteunen. Een paar maanden later zijn drie mannen van Al-Shabaab langsgekomen, die hebben gezegd dat eiser zich bij hen moest aansluiten. Eisers moeder zei dat ze dat niet wilde, maar eiser werd onder dwang door de mannen meegenomen naar een locatie waar hij beelden moest bekijken en naar preken moest luisteren. Omdat er op een gegeven moment een aanslag werd gepleegd, wist eiser te ontsnappen. Eiser vreest dat Al-Shabaab hem zal rekruteren of vermoorden als hij terugkeert naar Somalië.
Het bestreden besluit
4. Verweerder heeft in het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven onderscheiden:
1. Identiteit, nationaliteit en afkomst;
2. Moord op de stiefvader van eiser;
3. Problemen met Al-Shabaab.
4.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig, omdat hij deze niet met objectieve documenten heeft onderbouwd. Ook heeft eiser wisselend verklaard over zijn geboortedatum, leeftijd, nationaliteit en etniciteit. Verweerder vergelijkt hierbij de verklaringen van eiser uit het Griekse asieldossier met de verklaringen die hij in Nederland heeft afgelegd. Verweerder komt tot de conclusie dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Eiser voldoet hierdoor niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
4.2.
Verweerder toetst de overige asielmotieven niet, omdat de identiteit, nationaliteit en afkomst ongeloofwaardig zijn geacht. Verweerder wijst de aanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond op basis van artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw.
Heeft verweerder terecht de informatie uit het Griekse dossier aangehouden?
Geboortedatum
5. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de geboortedatum uit het Griekse dossier heeft aangehouden. Hoewel op basis van het arrest QY van Hof van Justitie van 18 juni 2024 [2] en vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) [3] verweerder ten volle rekening moet houden met het Griekse asieldossier, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet kenbaar rekening gehouden met alle relevante omstandigheden bij de leeftijdsbepaling van eiser. De rechtbank motiveert dat als volgt.
5.1.
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden voorop. In Griekenland is eiser geregistreerd met geboortedatum [datum 2] 2005. Uit het Griekse asieldossier en de verklaringen van eiser wordt niet duidelijk op welke wijze de leeftijdsregistratie van eiser in Griekenland tot stand is gekomen. Op het Griekse registratieformulier van 1 september 2022 staat geen geboortedatum genoteerd, alleen dat eiser minderjarig is. In het Griekse verslag van het gehoor van 15 september 2022 staat [datum 2] 2005 als geboortedatum genoteerd, maar uit het Griekse asieldossier blijkt niet waar deze datum vandaan komt. Eiser heeft hierover in Nederland bij AVIM [4] verklaard dat hij alleen zijn naam heeft opgeschreven. [5] In een aanmeldgehoor heeft hij opnieuw verklaard dat hij bij het opgeven van zijn personalia alleen zijn naam heeft doorgegeven, dat toen veertien jaar is opgegeven als leeftijd en dat een man die verantwoordelijk was voor eiser alles voor hem heeft ingevuld. [6] Eiser heeft daarna bij het nader gehoor verklaard dat hij in Griekenland heeft aangegeven dat de leeftijdsregistratie niet goed ging, dat zijn geboortedatum wegens gebrek aan een goede tolk ‘met handen en voeten’ was bepaald, dat de Griekse autoriteiten toen hebben teruggerekend en daardoor tot een onjuiste geboortedatum zijn gekomen. In het vervolggesprek zou hij, aldus nog steeds eiser bij het nader gehoor, hebben geprobeerd zijn leeftijd te herstellen toen de Griekse medewerker zei dat hij een stuk ouder was dan hij zelf had opgegeven. [7]
5.2.
Verweerder heeft onvoldoende kenbaar rekening gehouden met eisers hiervoor genoemde verklaringen. Hij heeft gesteld dat van de Griekse geboortedatum kan worden uitgegaan omdat eiser dit zelf had opgegeven. In Griekse informatie staat echter slechts dat eiser ‘according to statement’ als minderjarige is geregistreerd. [8] Dit slaat niet specifiek op de geregistreerde geboortedatum van eiser. Ook heeft verweerder gesteld dat eiser volgens het Griekse dossier zijn nationaliteit heeft gewijzigd maar dat nergens uit blijkt dat hij ook heeft geprobeerd zijn geboortedatum te wijzigen, zodat in zoverre niet van eisers verklaring kan worden uitgegaan. Inderdaad staat in het Griekse dossier dat eiser – bij de ‘Conformation of personal data’ tijdens het gehoor van 15 september 2022 – heeft aangegeven niet de Somalische maar de Jemenitische nationaliteit te hebben, waarna dit zou zijn gewijzigd. Dit betekent echter niet dat eiser niet kan worden gevolgd in zijn gestelde geboortedatum. Mogelijk was het in Griekenland niet opportuun om de geboortedatum te wijzigen, omdat eiser al als minderjarige werd aangemerkt en asiel zou krijgen vanwege zijn daar aangenomen nationaliteit. Ook is niet duidelijk of hetgeen in het Griekse dossier staat over de wijziging van de nationaliteit juist is. Verwezen wordt naar hetgeen in 6.2 hierover wordt overwogen.
5.3.
De rechtbank verwijst verder naar het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 19 december 2024. [9] Daarin wordt door het EHRM benoemd dat in Griekenland systematisch sprake is van het niet-opvolgen van de procedure voor leeftijdsbepaling. Gelet daarop kan de rechtbank niet uitsluiten dat de leeftijdsregistratie in het geval van eiser in Griekenland onzorgvuldig tot stand is gekomen.
5.4.
Ook is het de rechtbank gebleken dat zich in Griekenland problemen hebben voorgedaan met de tolk. Eiser heeft verklaard dat er in eerste instantie bij de registratie een Arabische tolk is geweest en geen Somalische. [10] Verweerder heeft dit niet bestreden, terwijl eiser in Nederland met een Somalische tolk is gehoord. Bij het daarop volgende gehoor van 15 september 2022 was er een tolk Somalisch-Engels en niet Somalisch-Grieks, wat afbreuk kan hebben gedaan aan de communicatie met de Griekse overheidsbeambten.
5.5.
Ook merkt de rechtbank op dat uit de schouw van verweerder van 29 maart 2023 de conclusie ‘evident minderjarig’ is voortgekomen. [11] Een aantal dagen eerder concludeerde de AVIM dat er twijfel was over de opgegeven leeftijd op basis van hun waarnemingen en het feit dat betrokkene in Griekenland stond geregistreerd met een andere geboortedatum. [12] Op grond van het Griekse asieldossier zou eiser zeventien jaar zijn geweest bij aankomst in Nederland, maar op basis van de door eiser gestelde leeftijd zou hij vijftien jaar en zeven maanden zijn geweest op dit moment. Deze laatste leeftijd past beter bij de conclusie ‘evident minderjarig’. Of en hoe verweerder hier rekening mee heeft gehouden is niet duidelijk.
5.6.
Op basis van Werkinstructie (WI) 2025/1 [13] , paragraaf 3.5, moet nader onderzoek plaatsvinden naar de afwijkende leeftijdsregistratie in een andere lidstaat en moet verweerder gemotiveerd ingaan op de vraag waarom registratie in de desbetreffende lidstaat als leidend wordt beschouwd. Ook moet verweerder tijdens het aanmeldgehoor zo veel mogelijk bij de vreemdeling informeren onder welke omstandigheden de verklaring rondom zijn leeftijd is afgelegd in een andere lidstaat. De rechtbank is niet gebleken dat dit is gebeurd tijdens één van beide aanmeldgehoren [14] . Dat eiser in Griekenland geregistreerd stond als geboren op [datum 2] 2005 was echter ten tijde van die gehoren wel al bekend [15] . Pas bij het nader gehoor ruim een jaar later zijn hier vragen over gesteld. Dat eiser bij de twee aanmeldgehoren nog net geen 18 was op basis van de informatie uit Griekenland maakt niet dat die vragen niet eerder had moeten worden gesteld op grond van de WI.
5.7.
Ook heeft verweerder niet duidelijk gemaakt op welke wijze rekening is gehouden met de belangen van het kind. Toen eiser in Griekenland aankwam, was hij net 15 jaar (op basis van de door hem in Nederland gestelde geboortedatum) of net 17 jaar (op basis van de leeftijd in het Griekse asieldossier). De rechtbank gaat er in dit kader van uit dat, indien rekening wordt gehouden met de minderjarigheid van eiser, minder snel de conclusie wordt getrokken dat hij ‘ongeloofwaardig’ is als verklaringen niet met elkaar stroken. Als verweerder twijfels heeft over de minderjarigheid van de betrokken vreemdeling, dan geldt als vertrekpunt de presumptie van minderjarigheid. Verweerder moet dan uitgaan van het vermoeden dat de betrokken vreemdeling minderjarig is. Het is aan verweerder om dat vermoeden te weerleggen. Hierbij moet verweerder steeds alle feiten en omstandigheden meewegen. [16] Op zitting heeft verweerder aangegeven dat rekening is gehouden met alle feiten en omstandigheden van de zaak, maar in het besluit heeft verweerder niet gemotiveerd dat de gestelde minderjarigheid van eiser is meegenomen in de beoordeling van zijn verklaringen.
5.8.
De beroepsgrond slaagt.
Nationaliteit
6. De rechtbank kan verweerder ook niet volgen met betrekking tot de bepaling van de nationaliteit van eiser. Ter toelichting dient het volgende.
6.1.1.
Volgens het Griekse dossier heeft eiser de Jemenitische nationaliteit, omdat zijn vader die nationaliteit zou hebben. In Nederland heeft eiser verklaard de Somalische nationaliteit te hebben.
6.2.
Verweerder gelooft niet dat eiser de Somalische nationaliteit heeft, maar laat in het midden of eiser de Jemenitische nationaliteit heeft. Een reden om eisers Somalische nationaliteit niet te geloven is dat in het Griekse asieldossier is opgenomen dat eiser op 23 september 2022 een verzoek heeft gedaan om zijn nationaliteit te wijzigen van de Somalische naar de Jemenitische, aldus verweerder. Op het registratieformulier van eiser van 1 september 2022 staat echter de Jemenitische nationaliteit genoteerd. Dit maakt onduidelijk waarom eiser op 23 september 2022 zou hebben verzocht om een wijziging naar de Jemenitische nationaliteit. Opvallend in dit verband acht de rechtbank ook dat de geboortedatum die de Griekse autoriteiten blijkbaar niet direct hebben ingevuld niet alsnog op het registratieformulier is vermeld (zie 5.1). Het ligt voor de hand dat de geboortedatum alsnog was ingevuld als het registratieformulier achteraf kan worden gewijzigd. Daarom gaat de rechtbank er van uit dat voor eiser direct de Jemenitische nationaliteit is opgegeven in Griekenland. Een verklaring hiervoor zou kunnen worden gevonden in de omstandigheid dat – volgens het Griekse asieldossier en eisers verklaringen – eiser met een groep Jemenieten de grens van Griekenland is overgestoken en in de andere gestelde problemen bij de registratie (zie 5.1, 5.2 en 5.4).
6.3.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat eiser in Nederland consequent heeft verklaard over zijn Somalische nationaliteit en de Somalische nationaliteit van zijn ouders. Gelet op dit alles en de omstandigheden die hiervoor zijn besproken omtrent de leeftijdsbepaling heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet van eisers gestelde Somalische nationaliteit is uitgegaan.
6.4.
De beroepsgrond slaagt.
6.5.
De rechtbank merkt op dat niet duidelijk is waarom verweerder de gestelde problemen van eiser in Somalië niet heeft getoetst. Uitgaande van eisers consequente verklaring dat hij vanaf jonge leeftijd altijd heeft gewoond in Somalië, kan hij die problemen hebben gehad. Voor zover verweerder heeft bedoeld dat eiser naar Jemen kan gaan, is niet onderbouwd dat hij daar geen risico loopt op vervolging of ernstige schade.
Buitenschuldbeleid AMV
7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiser tijdens de asielprocedure achttien jaar was geworden en het onderzoek naar adequate opvang daarom kon worden gestopt. De vraag of eiser in aanmerking komt voor het buitenschuldbeleid hangt samen met de vraag of verweerder kon uitgaan van de in Griekenland opgegeven leeftijd. Zonder nadere motivering of onderzoek van verweerders kant kan daarom niet gezegd worden dat verweerder het onderzoek naar adequate opvang had mogen beëindigen. Verweerder zal zich in een nieuw te nemen besluit hierover moeten uitlaten.
7.1.
De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en daarom in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft niet goed genoeg gemotiveerd waarom eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
8.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor 8 weken.
8.2.
Omdat op het beroep is beslist, is er geen noodzaak voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.
8.3.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Per punt wordt een bedrag van € 907,- aan proceskosten toegekend. De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van eiser een verzoekschrift en een beroepschrift heeft ingediend, en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die kunnen worden vergoed.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeel verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.ECLI:EU:C:2024:524.
3.ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2865 en 3 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2936.
4.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
5.Proces-verbaal gehoor AVIM van 26 maart 2023, pagina 4.
6.Rapport Schouw Aanmeldgehoor AMV 29 maart 2023, pagina 6 en 7.
7.Nader gehoor AMV 23 augustus 2024, pagina 7.
8.Zie de op grond van de Dublinverordening verkregen informatie uit Griekenland van 22 mei 2023.
9.Arrest N.N. e.a. v. Griekenland, 59319/19, ECLI:CE:ECHR:2024:1219JUD005931919.
10.Nader gehoor AMV 23 augustus 2024, pagina 8.
11.Rapport Schouw Aanmeldgehoor AMV 29 maart 2023, pagina 9.
12.Proces-verbaal 26 maart 2023, pagina 4 en 5.
13.WI 2025/1 Leeftijdsbepaling.
14.Van 29 maart 2023 en 1 april 2023.
15.Zie proces-verbaal gehoor AVIM van 26 maart 2023, pagina 4.
16.ABRvS 14 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:73.