ECLI:NL:RBDHA:2025:22655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Sri-Lankaanse demonstrant wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Sri-Lankaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege deelname aan een demonstratie, arrestatie, mishandeling en vervolging door politie. De minister wees het verzoek af omdat het asielrelaas niet geloofwaardig werd bevonden, met name de verklaringen over arrestatie, rechtszaak en vrijlating.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig achtte vanwege tegenstrijdigheden en ongerijmdheden in de verklaringen van eiser. Ook het ontbreken van concrete onderbouwing en onvoldoende bewijs voor de vermeende vervolging na vrijlating speelden een rol.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende rekening had gehouden met de risicofactoren voor Tamils in Sri Lanka en dat een medisch onderzoek niet noodzakelijk was. De vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer werd niet aannemelijk geacht, mede door het ontbreken van geloofwaardige verdenkingen van terrorisme en het landenbeleid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.