ECLI:NL:RBDHA:2025:22655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van een Sri Lankaanse nationaliteit met betrekking tot arrestatie en mishandeling
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiser, een Sri Lankaanse nationaliteit, heeft op 22 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd op 22 maart 2023 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 30 oktober 2025 heeft de rechtbank de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de verweerder. Eiser heeft verklaard dat hij in 2016 is gearresteerd en mishandeld door de politie na deelname aan een demonstratie. Hij heeft drie maanden in detentie gezeten en is onder druk gezet om samen te werken met de autoriteiten. De rechtbank heeft de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas beoordeeld en geconcludeerd dat de verklaringen inconsistent en ongerijmd zijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder op goede gronden het asielrelaas ongeloofwaardig heeft geacht, met name omdat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn arrestatie en de redenen daarvoor. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister niet verplicht was om een medisch onderzoek naar de littekens van eiser te gelasten, omdat de geloofwaardigheidsbeoordeling niet anders zou zijn uitgevallen. Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag standhoudt.