Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 5 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Na eerdere asielaanvragen in Oostenrijk en een terugnameverzoek van Nederland aan Oostenrijk, dat werd geaccepteerd, werd eiser uiteindelijk overgedragen aan Duitsland. De minister nam op 20 november 2024 een overdrachtsbesluit op grond van artikel 26 van Pro de Dublinverordening, waarbij de verantwoordelijke lidstaat werd gewijzigd van Oostenrijk naar Duitsland.
Eiser voerde aan dat hij niet vooraf was geïnformeerd over deze wijziging en geen mogelijkheid had gekregen om bezwaren tegen de overdracht aan Duitsland kenbaar te maken. Ook stelde hij dat het terugnameverzoek te laat was verstuurd en dat de asielprocedure in Duitsland slecht was, met onvoldoende opvang en voorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat de minister in strijd met zijn eigen beleid en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door geen aanvullende hoorzitting te organiseren en geen 'brief wijziging claimland' te versturen. Hierdoor kon eiser zijn bezwaren niet kenbaar maken, wat een schending van het motiveringsbeginsel inhoudt. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd eiser een proceskostenvergoeding van €907 toegekend. De rechtbank zag geen aanleiding om de overige beroepsgronden te behandelen.
Uitkomst: Het bestreden overdrachtsbesluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.