ECLI:NL:RBDHA:2025:22529
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser, een Algerijnse vreemdeling, tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag op 13 oktober 2025 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft op basis van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten, aangezien partijen geen gebruik wilden maken van hun recht om ter zitting te worden gehoord. Het onderzoek is op 27 november 2025 gesloten.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat het besluit van de minister niet inhoudelijk wordt beoordeeld. De rechtbank heeft ambtshalve de vraag beantwoord of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 14 november 2025 meegedeeld dat eiser op 21 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft op dezelfde dag bevestigd geen contact meer te hebben met eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en kent geen proceskostenvergoeding toe.