ECLI:NL:RBDHA:2025:22437

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.33803
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 2:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel ondanks Nederlandse nationaliteit referent

Eiseres, geboren in 2009 en van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis asiel om bij haar moeder, die de Nederlandse nationaliteit bezit, in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de algemene voorwaarden voor nareis, aangezien de referent geen verblijfsvergunning asiel heeft maar de Nederlandse nationaliteit.

Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat verweerder niet ambtshalve had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en dat de aanvraag ten onrechte niet was doorverwezen naar de afdeling die reguliere aanvragen behandelt. Zij benadrukte dat zij al tien jaar wacht op gezinshereniging en dat de doorverwijzing in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank oordeelde dat verweerder de motivering voldoende had gegeven waarom geen gebruik werd gemaakt van de bevoegdheid tot toetsing aan artikel 8 EVRM Pro. Ook was er geen doorzendplicht omdat verweerder bevoegd was om op de aanvraag te beslissen. De rechtbank vond de stellingen van eiseres onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat het beroep ongegrond is, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis asiel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33803

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. van Boheemen).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel “nareis asiel”.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 16 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiseres, A. Fawzy als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 2009 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiseres heeft op 17 februari 2023 een aanvraag voor een mvv ingediend, omdat zij in Nederland wil verblijven bij haar moeder, [referente] (referente). Referente heeft eerder – in 2016 – een nareisaanvraag ingediend voor eiseres. Deze aanvraag is afgewezen, omdat referente geen officiële documenten kon verkrijgen waarmee zij de familierechtelijke relatie tussen haar en eiseres kon aantonen. Referente heeft op 5 februari 2021 een inwilliging van haar naturalisatieverzoek gekregen en heeft dus de Nederlandse nationaliteit.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Referente is niet in het bezit van een verblijfsvergunning asiel, maar heeft de Nederlandse nationaliteit. Nu eiseres niet voldoet aan de algemene voorwaarden van de nareisaanvraag, toetst verweerder niet ambtshalve door aan artikel 8 van Pro het EVRM [1] (hierna: EVRM). Daarnaast wil verweerder de nationale procedure niet overslaan door direct aan artikel 8 EVRM Pro te toetsen, nu eiseres een aanvraag voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ kan indienen.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen, nu verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro. Daarnaast had verweerder de aanvraag moeten doorsturen naar de afdeling die de reguliere aanvragen behandelt. Eiseres wacht inmiddels al tien jaar op hereniging met referente. De doorverwijzing naar het doen van een andere aanvraag is in strijd met artikel 8 EVRM Pro, nu de beoordeling van deze aanvraag heel lang zal duren en daarom niet in overeenstemming is met het doel van artikel 8 van Pro het EVRM.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank legt hierna uit waarom zij tot dit oordeel is gekomen.
6. Tussen partijen is niet in geschil dat niet aan de algemene voorwaarden van een verblijfsvergunning voor het doel “nareis asiel” wordt voldaan omdat referente sinds 2021 de Nederlandse nationaliteit heeft. Waar partijen het oneens over zijn is of verweerder ook ambtshalve had moeten doortoetsen aan artikel 8 EVRM Pro of de aanvraag had moeten doorsturen naar de afdeling die de reguliere aanvragen behandelt.
7. Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter [2] volgt dat in een nareisaanvraag altijd een impliciet beroep op artikel 8 van Pro het EVRM besloten ligt. Verweerder moet daarom in elke nareiszaak deugdelijk motiveren waarom hij geen gebruik maakt van de bevoegdheid om te beoordelen of een vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro of mvv met het oog op die vergunning.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van de bevoegdheid om te beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor een mvv met het oog op een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank wijst met name op bladzijde 3 van het bestreden besluit, waarin verweerder uitlegt dat referente de Nederlandse nationaliteit heeft en reeds om die reden niet voldoet aan de voorwaarden voor afgifte van een mvv. Verweerder wijst eiseres in het besluit ook op de mogelijkheid om een aanvraag te doen voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’. Er is dan ook geen sprake van een motiveringsgebrek. Eiseres heeft verder niet duidelijk gemaakt waarom de rechtbank deze motivering niet kan volgen. De enkele stelling dat het volgens eiseres onevenredig is om een aanvraag met het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ in te dienen en zij opnieuw moet wachten op een besluit van verweerder, is hiertoe onvoldoende. Daarnaast volgt de rechtbank eiseres niet in haar stelling dat verweerder de aanvraag had moeten doorzenden naar een andere afdeling. De doorzendplicht in artikel 2:3 van Pro de Awb ziet op een situatie waarin het bestuursorgaan niet bevoegd is om een beslissing te nemen. In het onderhavige geval was verweerder zelf bevoegd om op de aanvraag te beslissen (zoals hij ook in het primaire en bestreden besluit heeft gedaan), zodat van een doorzendplicht geen sprake is. Ditzelfde geldt voor de door eiseres gestelde ‘interne doorzendplicht’. Er is geen enkele rechtsregel die een dergelijke plicht om aanvragen door te sturen inhoudt. Eiseres is zelf verantwoordelijk om de juiste aanvraag in te dienen en heeft dit tot op heden niet gedaan. De beroepsgrond slaagt niet.
9. De beroepsgrond inhoudende dat verweerder eiseres in strijd met artikel 8 EVRM Pro heeft doorverwezen naar een andere aanvraag, slaagt niet. Verweerder heeft op zitting terecht het standpunt ingenomen dat met het afwijzen van een nareisaanvraag, het recht op gezinshereniging in de praktijk niet moeilijk of onmogelijk maakt, nu de mogelijkheid bestaat een aparte reguliere aanvraag in te dienen. [3] Van strijd met het doel van artikel 8 EVRM Pro is dan ook niet gebleken. Verder heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiseres – ook nadat zij hierop is gewezen in het primaire besluit – nog altijd geen aanvraag voor verblijf bij ‘familie en gezin’ heeft ingediend. Verder merkt de rechtbank op dat de handelswijze van verweerder in het bestreden besluit consistent is met zijn beleid in het informatiebericht 2024/7, dat is opgesteld voor het bestreden besluit. Niet is gebleken dat sprake is van omstandigheden waardoor het voor eiseres onmogelijk of onevenredig bezwarend is om een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro in te dienen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (Afdeling) van 22 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4804.
3.Verweerder wijst in dit kader op een uitspraak van zittingsplaats Rotterdam van 27 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8021 en de bevestiging door de Afdeling van 24 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1231.