ECLI:NL:RBDHA:2025:22437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel ondanks Nederlandse nationaliteit referent
Eiseres, geboren in 2009 en van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis asiel om bij haar moeder, die de Nederlandse nationaliteit bezit, in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de algemene voorwaarden voor nareis, aangezien de referent geen verblijfsvergunning asiel heeft maar de Nederlandse nationaliteit.
Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat verweerder niet ambtshalve had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en dat de aanvraag ten onrechte niet was doorverwezen naar de afdeling die reguliere aanvragen behandelt. Zij benadrukte dat zij al tien jaar wacht op gezinshereniging en dat de doorverwijzing in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de motivering voldoende had gegeven waarom geen gebruik werd gemaakt van de bevoegdheid tot toetsing aan artikel 8 EVRM Pro. Ook was er geen doorzendplicht omdat verweerder bevoegd was om op de aanvraag te beslissen. De rechtbank vond de stellingen van eiseres onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat het beroep ongegrond is, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis asiel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.