In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 27 november 2025, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser had op 8 februari 2025 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. Na het verstrijken van de beslistermijn heeft eiser de minister verzocht om binnen twee weken alsnog te beslissen, maar dit verzoek is niet ingewilligd. Eiser heeft hierop beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt de minister op om alsnog een besluit te nemen op de aanvraag, rekening houdend met het ‘8+8 wekenmodel’, wat betekent dat de minister binnen zestien weken na de uitspraak een besluit moet nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.