In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag behandeld. Eiser had eerder al een procedure aangespannen, waarbij de rechtbank de minister had opgedragen om binnen acht weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. De minister was echter niet tijdig met een besluit gekomen, wat aanleiding gaf tot een tweede beroep van eiser. De rechtbank oordeelt dat de minister opnieuw in gebreke is gebleven en dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn op van vier weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft recht op vergoeding van proceskosten, die zijn vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is openbaar gemaakt op 27 november 2025.