ECLI:NL:RBDHA:2025:22292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 25 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser. Hiertegen stelde eiser beroep in, waarop de rechtbank op 5 september 2025 uitspraak deed. De minister hief de bewaring op 10 november 2025 op. Vervolgens gaf de minister aan dat 75 dagen waren verstreken zonder dat eiser beroep had ingesteld tegen het voortduren van de maatregel.
De rechtbank stelde deze kennisgeving gelijk aan een beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel. De rechtbank sloot het vooronderzoek op 19 november 2025 en bepaalde dat de zaak niet op zitting zou worden behandeld. Omdat de bewaring was opgeheven, kon eiser met zijn beroep niet langer bereiken dat hij in vrijheid werd gesteld.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling zich dan zou beperken tot de vraag of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring. Nu eiser geen schadevergoeding had gevorderd en een beroep tegen voortduren niet ambtshalve als zodanig wordt aangemerkt, zag de rechtbank geen belang bij inhoudelijke beoordeling. Daarom verklaarde zij het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.